ECLI:NL:GHARL:2026:2834
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- De Witt
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof matigt sanctie wegens niet-verzekerde bromfiets en wijst proceskostenvergoeding toe
De betrokkene kreeg een sanctie van € 370,- opgelegd voor het niet afsluiten en in stand houden van een verzekering voor een bromfiets. De kantonrechter wees het beroep en het verzoek om proceskostenvergoeding af. Het hof vernietigt deze beslissing en verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond door het sanctiebedrag met 50% te matigen tot € 185,-.
De betrokkene had de bromfiets meerdere keren geschorst, wat volgens de gemachtigde aangeeft dat het voertuig niet in gebruik was. De advocaat-generaal stelde matiging van de sanctie voor, wat het hof volgde. Het hof oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat de verzekeringsplicht geldt zolang het voertuig op naam staat.
Ten aanzien van de proceskostenvergoeding beoordeelde het hof het bedrijfsmodel van de gemachtigde. Ondanks een instapvergoeding van € 12,99, werd dit niet als een reëel financieel risico voor de betrokkene gezien. De stukken gaven onvoldoende inzicht in het bedrijfsmodel, waardoor geen bijzonder geval werd vastgesteld om de vermenigvuldigingsfactoren buiten toepassing te laten.
Het hof wees het verzoek om vergoeding van reiskosten af, omdat de betrokkene niet aanwezig was bij de zitting en het Besluit proceskosten bestuursrecht dit niet voorziet. De advocaat-generaal werd veroordeeld tot vergoeding van € 758,88 aan proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door mr. De Witt.
Uitkomst: Het hof matigt de sanctie met 50% tot € 185,- en veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van € 758,88 aan proceskosten.