Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties;
- de mondelinge behandeling van 7 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnota van BioMCN;
- de pleitnota van ChemCom.
Rechtbank Noord-Nederland
BioMCN, producent van (bio-)methanol, vordert in kort geding betaling van ruim €1,8 miljoen van ChemCom voor doorgeleverde utilities. ChemCom betwist niet de hoogte van de facturen, maar stelt dat zij deze heeft verrekend met tegenvorderingen wegens niet-nakoming door BioMCN en beroept zich daarnaast subsidiair op opschorting.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang van BioMCN aannemelijk is, maar dat in kort geding niet kan worden vastgesteld of de verrekening door ChemCom bevoegd is verricht. Daarom faalt het verrekeningsverweer. Het opschortingsverweer daarentegen slaagt, omdat ChemCom een opeisbare tegenvordering heeft die voldoende samenhangt met de vordering van BioMCN.
De rechtbank wijst het gevorderde verrekeningsverbod af en veroordeelt BioMCN in de proceskosten. De vorderingen van BioMCN worden afgewezen, mede omdat het beroep op schending van de klachtplicht onvoldoende onderbouwd is en niet in kort geding kan worden onderzocht.
Uitkomst: De vorderingen van BioMCN worden afgewezen vanwege geslaagd opschortingsverweer van ChemCom en onvoldoende bewijs voor verrekening.