ECLI:NL:GHARL:2026:2085
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk bij te late indiening tegen tussentijdse beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling
Appellant was toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp) en werd bij vonnis van 16 februari 2026 tussentijds uit de regeling gezet vanwege tekortschieten in de nakoming van zijn sollicitatieplicht. Hij stelde hoger beroep in op 25 februari 2026, één dag na het verstrijken van de wettelijke termijn van acht dagen.
Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het hoger beroep en concludeerde dat de beroepstermijn strikt moet worden nageleefd, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden zoals een fout van het gerecht. Appellant voerde verschoonbare redenen aan, waaronder het ontbreken van tijdige juridische bijstand, dakloosheid en medische noodzaak, maar deze werden niet voldoende geacht.
Het hof nam mee dat appellant tijdig op de hoogte was gesteld van de termijn en dat het vonnis hem dezelfde dag bereikte. Ondanks begrip voor zijn persoonlijke omstandigheden, oordeelde het hof dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en verklaarde het appellant niet-ontvankelijk. Een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep zou niet tot een andere uitkomst hebben geleid.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.