Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
de rechthebbenden). Sena incasseert voor de rechthebbenden vergoedingen van kabelexploitanten, zoals Ziggo, voor de doorgifte of openbaarmaking van (reproducties van) fonogrammen via buitenlandse radio en televisie. Partijen hadden daarvoor een kaderovereenkomst gesloten die liep vanaf 2008. In 2022 heeft Ziggo die overeenkomst opgezegd, omdat het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna:
HvJ) volgens haar heeft geoordeeld dat als geluid en beeld samen worden gebracht tot één audiovisuele opname (hierna:
synchronisatie), zoals een film, reclame of videoclip, er geen sprake is van een fonogram en zij daarom geen vergoeding verschuldigd is aan Sena.
Wnr) voor 50% voor rekening van Ziggo behoren te blijven en dus voor 50% voor rekening van Sena komen. Het hof licht dit oordeel hierna toe.
3.De toelichting op de beslissing van het hof
buitenlandse radio- en televisieprogramma’s).
het Atresmedia-arrest). [2] Die zaak ging over synchronisaties die getoond werden op de televisiezenders van Atresmedia. De vraag die voorlag was of Atresmedia de billijke vergoeding die geregeld is in artikel 8 lid 2 van Pro de richtlijnen betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten [3] (hierna:
VLN-richtlijn) moest betalen voor het uitzenden van synchronisaties. Het HvJ heeft in dit arrest beslist:
Verdrag van Rome). [5] In de Memorie van Toelichting bij deze wet staat dat het Verdrag van Rome een minimum niveau van bescherming introduceert en dat in dit wetsvoorstel een hoger niveau van bescherming wordt toegekend aan de rechthebbenden. Daarbij geeft de wetgever als voorbeelden de bescherming voor kabeldoorgifte, een verbodsrecht voor fonogrammenproducenten en een langere beschermingstermijn. [6] Over de billijke vergoeding van artikel 7 Wnr Pro (in het wetsvoorstel art. 6) staat:
billijke vergoeding’ zijn identiek in beide bepalingen en het zinsdeel ‘
een voor handelsdoeleinden uitgegeven fonogram of een reproduktie daarvan’ uit artikel 8 lid 2 VLN Pro-richtlijn stemt overeen met ‘
een voor commerciële doeleinden uitgebracht fonogram of een reproduktie daarvan’ uit artikel 7 Wnr Pro. Een richtlijn conforme uitleg kan er niet toe leiden dat de bewoordingen in een Nederlandse bepaling anders worden uitgelegd dan de uitleg die het HvJ geeft aan diezelfde of sterk overeenstemmende bewoordingen in de richtlijn. Zoals het HvJ ook in het Atresmedia arrest overweegt, moet volgens vaste rechtspraak de bewoordingen van een Unierechtelijke bepaling die voor de vaststelling van haar betekenis en draagwijdte niet uitdrukkelijk naar het recht van de lidstaten verwijst, normaliter in de gehele Unie autonoom en uniform worden uitgelegd. [15] In dat kader oordeelt het HvJ ook dat het niet aan de lidstaten is om dergelijke begrippen te definiëren. Die begrippen moeten in de gehele Unie op eenvormige wijze worden uitgelegd. [16] Als een lidstaat een ruimere bescherming zou mogen bieden door een uniform begrip ruimer uit te leggen, ontstaan verschillen tussen wetgeving, wat leidt tot rechtsonzekerheid. [17]
in die omstandighedenmoet worden nagegaan of een synchronisatie moet worden aangemerkt als een “fonogram” of een “reproductie daarvan” zoals verwoord in artikel 8 lid 2 VLN Pro-richtlijn. [20] Dat brengt het HvJ
in die omstandighedentot het oordeel dat een synchronisatie niet kan worden aangemerkt als een „fonogram” of „reproductie daarvan” in de zin van artikel 8, lid 2 VLN-richtlijn. [21] Daarbij overweegt het HvJ expliciet dat dit oordeel niet in strijd is met de doelstellingen van de VLN-richtlijn om onder meer een passend inkomen te waarborgen voor uitvoerend kunstenaars en een juist evenwicht te bereiken tussen de belangen van de uitvoerend kunstenaars en die van derden om hun prestatie onder redelijke omstandigheden te kunnen uitzenden of meedelen aan het publiek. In de omstandigheden van die procedure moeten deze doelstellingen naar het oordeel van het HvJ worden bereikt door passende contractuele regelingen bij de opneming van de prestatie in een audiovisueel werk, “
zodat de vergoeding voor de naburige rechten op de fonogrammen naar aanleiding van een dergelijke opneming geschiedt aan de hand van dergelijke contractuele regelingen.” [22]
rechtsdwaling.
- Sena nam het initiatief tot het aangaan van de kaderovereenkomst en heeft actief uitgedragen dat een billijke vergoeding verschuldigd is;
- Zowel Sena als Ziggo zijn professionele partijen met (voldoende) verstand van zaken;
- Sena heeft de wettelijke taak om de vergoeding van artikel 7 Wnr Pro te innen voor de rechthebbenden en is daarmee de deskundige autoriteit;
- In de kaderovereenkomst is een beroep op dwaling niet uitgesloten;
- Bij het aangaan van de kaderovereenkomst was de inning van deze vergoeding in de markt algemeen geaccepteerd en ook de toezichthouder zag daar geen bezwaar in;
- Voor auteursrechthebbenden betaalde Ziggo ook een dergelijke vergoeding.