ECLI:NL:GHARL:2026:1937
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geldigheid overeenkomst gronden en vernietigt dwangsombepalingen
De gezamenlijke eigenaren van agrarische gronden in [plaats1] zijn in geschil over de geldigheid en uitleg van een overeenkomst uit 1996 en een nadere overeenkomst uit 2004 met projectontwikkelaar Seyst. De deelgenoten verschillen van mening over nakoming, levering en de grondprijsbepaling.
De rechtbank oordeelde in januari 2024 dat de overeenkomsten rechtsgeldig zijn en veroordeelde de deelgenoten tot benoeming van arbiters en medewerking aan levering, met dwangsommen bij niet-nakoming. Ook werd een verbod uitgesproken om de gronden aan derden te leveren.
In hoger beroep betwistte [appellante] de geldigheid en stelde zij dat de overeenkomsten waren beëindigd of gewijzigd. [geïntimeerde2] wijzigde zijn vorderingen incidenteel. Het hof oordeelde dat de overeenkomsten rechtsgeldig blijven, vernietigde de dwangsombepalingen voor arbiterbenoeming en levering omdat die verplichtingen nog niet opeisbaar zijn, en handhaafde het verbod op levering aan derden met dwangsom. Het hof verwierp ook de beroepen op rechtsverwerking, opzegging en ontbinding.
De procedurele discussie over de bevoegdheid van deelgenoten om namens de gemeenschap te procederen werd beslecht aan de hand van het arrest van de Hoge Raad uit 2017, waarbij het hof oordeelde dat alle deelgenoten in het geding moeten zijn en dat wijziging van vorderingen in hoger beroep is toegestaan. De kosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de geldigheid van de overeenkomst, vernietigt dwangsombepalingen voor arbiterbenoeming en levering, en handhaaft het verbod op levering aan derden met dwangsom.