Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:1297

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
200.347.411
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:653 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over uitleg concurrentiebeding en afwikkeling dienstverband werknemer met arbeidsbeperking

De werknemer trad in 2011 in dienst bij Cleon Beheer, een holding met dochtermaatschappijen waaronder Cleon Advies, en had een concurrentiebeding in zijn arbeidsovereenkomst. Na herstructurering verrichtte hij werkzaamheden voor Cleon Advies. Na zijn ontslag in 2022 ontstond geschil over de reikwijdte van het concurrentiebeding, schending daarvan, onrechtmatige concurrentie, en zorgplicht van de werkgever.

Het hof oordeelt dat het concurrentiebeding tussen werknemer en Cleon Beheer niet geldt voor de dochtermaatschappij Cleon Advies, omdat dit niet duidelijk is overeengekomen en de rechtspersonen niet zonder meer kunnen worden vereenzelvigd. Ook is onvoldoende bewijs dat de werknemer het beding heeft geschonden. Wel is vastgesteld dat de werknemer het geheimhoudingsbeding heeft geschonden door vertrouwelijke informatie aan derden te verstrekken, waarvoor een boete wordt opgelegd.

Daarnaast heeft de werknemer onrechtmatig gehandeld door de vernietiging van de g-schijf en back-up met administratie en het onbevoegd overdragen van gegevens aan derden, waardoor Cleon c.s. schade leed. Het hof wijst een schadevergoeding van €14.051,32 toe, vermindert eerdere schadeclaims en veroordeelt de werknemer tot teruglevering van gegevens onder dwangsom. De overige vorderingen worden afgewezen.

Uitkomst: Het hof wijst het concurrentiebeding niet toe, bevestigt schending geheimhoudingsbeding en veroordeelt werknemer tot schadevergoeding en teruglevering van gegevens.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.347.411
zaaknummer rechtbank Gelderland 10298684
arrest van 3 maart 2026
in de zaak van
[appellant]
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. R.R.G.M. van Beurden
tegen
Cleon Beheer B.V.en
Cleon Advies B.V.die zijn gevestigd in Coevorden
advocaat: mr. J.C. Bender
Cleon Beheer en Cleon Advies worden hierna gezamenlijk Cleon c.s. (enkelvoud) genoemd.

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen op 17 januari 2024 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep
  • de memorie van grieven
  • de memorie van antwoord in principaal hoger beroep tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep
  • de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep
  • het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 12 januari 2026 is gehouden.
1.2.
Daarna heeft het hof bepaald dat arrest wordt gewezen op 24 maart 2026.

2.De feiten

2.1.
[appellant] is op 1 januari 2011 in dienst getreden bij Cleon Beheer in de functie Algemeen medewerker ontwerpen grafisch reclamemateriaal en digitale archivering/automatisering. In de arbeidsovereenkomst staat een concurrentiebeding. Dit dienstverband betreft een in overleg met het UWV gecreëerde werkplek voor werknemers met een arbeidsbeperking. [appellant] lijdt aan autisme. Hij ontvangt een Wajong-uitkering in aanvulling op zijn salaris.
2.2.
Cleon Beheer heeft meerdere dochtermaatschappijen waaronder Cleon Advies. Cleon Advies houdt zich onder meer bezig met advisering en ondersteuning op het gebied van informatietechnologie en reclame- en marketing activiteiten. Voor de reclame- en marketingactiviteiten is het label Brandom opgericht.
2.3.
De heer [naam1] was directeur en aandeelhouder van Cleon Beheer en indirect van Cleon Advies en leidinggevende van [appellant] . [appellant] werd daarnaast vanwege zijn autisme begeleid door de organisaties Autlook (gericht op het dagelijks handelen met betrekking tot de werkzaamheden) en Onresult (gericht op de dagelijkse bedrijfsmatige werkzaamheden).
2.4.
Per 30 juni 2016 is opnieuw een arbeidsovereenkomst gesloten tussen Cleon Beheer en [appellant] voor de functie Algemeen medewerker ontwerpen grafisch reclamemateriaal.
2.5.
[in] 2022 is [naam1] overleden. Zijn echtgenote mevrouw [naam2] heeft zijn taken overgenomen. [appellant] heeft zich (met terugwerkende kracht) vanaf die datum ziekgemeld.
2.6.
Cleon Advies heeft een overeenkomst gehad met Skyberate Internet Services. Skyberate (opgevolgd door Savvi) host websites van klanten van Cleon Advies en registreert domeinnamen. [appellant] stond geregistreerd als hoofdgebruiker. [appellant] heeft de hosting (en de gegevens van Skyberate) op 10 juni 2022 overgedragen aan een relatie van Cleon Beheer, [bedrijf2] .
2.7.
Op 17 juni 2022 heeft [appellant] ontslag genomen. Op diezelfde datum heeft de echtgenote van [appellant] het bedrijf [bedrijf1] opgericht. [bedrijf2] heeft de gegevens van Skyberate overgedragen aan [bedrijf1] .
2.8.
Eind 2022 heeft [naam2] met [appellant] gesproken over overname van Cleon Advies door [appellant] . In dat verband hebben partijen een geheimhoudingsovereenkomst gesloten met betrekking tot de bedrijfsinformatie die Cleon c.s. aan [appellant] heeft verstrekt.

3.De vorderingen en de beslissing van de kantonrechter

3.1.
In hoger beroep vordert [appellant] dat het hof:
1. Voor recht zal verklaren dat Cleon Beheer zich niet als goed werkgever heeft gedragen c.q. heeft gehandeld jegens [appellant] en het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst tussen [appellant] en Cleon Beheer zal vernietigen,
2. Cleon c.s. zal veroordelen tot vergoeding van schade van € 100.000 althans € 25.000 althans een bedrag dat het hof zal bepalen, en voor het overige tot het vergoeden van schade nader op te maken bij staat.
3.2.
In hoger beroep vordert Cleon c.s. dat het hof:
1. Primair: [appellant] zal veroordelen tot betaling aan Cleon Advies van de verbeurde contractuele boetes ten aanzien van het concurrentie- en relatiebeding tot een bedrag van
€ 143.500;
2. Subsidiair: [appellant] zal veroordelen tot betaling aan Cleon Advies van de schade die Cleon Advies leed en nog zal lijden door toedoen van [appellant] , zijnde een bedrag van
€ 11.280,21;
Primair en subsidiair:
3. [appellant] zal veroordelen tot betaling aan Cleon Advies van de verbeurde contractuele boetes ten aanzien van de geheimhoudingsovereenkomst van € 5.000;
4. [appellant] zal veroordelen om binnen drie dagen na betekening van het vonnis (niet alleen bij Cleon Beheer maar ook) bij Cleon Advies in te leveren de wachtwoorden, eventuele bijbehorende tokens en alle andere gegevens die Cleon Advies nodig heeft om toegang te krijgen tot de bij Skyberate, dan wel haar rechtsopvolger ondergebrachte gegevens van de relaties van Cleon Advies, versterkt met een dwangsom van € 250 per dag tot een maximum van € 25.000;
5. [appellant] te veroordelen tot betaling van schadevergoeding tot een bedrag van
€ 29.070,51, vermeerderd met rente.
3.3.
Bij de kantonrechter lagen merendeels, voor zover van belang in hoger beroep, dezelfde vorderingen voor. De kantonrechter heeft de vordering van Cleon c.s. onder 4 toegewezen ten aanzien van Cleon Advies en de vordering van Cleon c.s. onder 5 toegewezen tot een bedrag van € 25.717,64. De bedoeling van het hoger beroep van beide partijen is dat hun hiervoor weergegeven vorderingen worden toegewezen en dat de vorderingen van de ander (alsnog) worden afgewezen.

4.De beoordeling door het hof

4.1.
Tussen partijen bestaan meerdere geschilpunten die verband houden met (de afwikkeling van) het dienstverband tussen Cleon Beheer en [appellant] . Het hof zal deze geschilpunten thematisch beoordelen.
schending concurrentiebeding
4.2.
In de arbeidsovereenkomsten van 2011 en 2016 die tussen Cleon Beheer en [appellant] zijn gesloten staat in artikel 10.1 kort gezegd dat het de werknemer verboden is om gedurende zes maanden na het einde van het dienstverband arbeidskracht aan de in artikel 10.1 bedoelde cliënten of leveranciers ter beschikking te stellen. Cleon c.s. stelt zich op het standpunt dat [appellant] , nadat hij de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd, zijn arbeidskracht – al dan niet via [bedrijf1] – ter beschikking heeft gesteld aan cliënten en leveranciers van Cleon Advies. Uit meerdere verklaringen van relaties van Cleon c.s. blijkt volgens Cleon c.s. dat deze relaties mee zijn gegaan met [appellant] dan wel naar [bedrijf1] zijn overgestapt waar zij door [appellant] zijn bediend. Daarmee heeft [appellant] het concurrentiebeding geschonden en is hij de gevorderde boete verschuldigd. [appellant] heeft onder meer het verweer gevoerd dat hij uitsluitend nog werkzaamheden verrichtte voor Cleon Advies (en het label Brandom) en dat het concurrentiebeding, nu dat is niet is overeengekomen tussen Cleon Advies en [appellant] , in die verhouding niet geldt. De kantonrechter heeft [appellant] in dat verweer gevolgd en de vordering van Cleon c.s. afgewezen.
4.3.
Cleon c.s. heeft tegen dat oordeel aangevoerd dat een redelijke uitleg van het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst tussen Cleon Beheer en [appellant] meebrengt dat de werkzaamheden die [appellant] voor Cleon Advies verrichtte (en de relaties die hij bediende) onder de reikwijdte van het beding vallen. In dat verband heeft Cleon c.s. aangevoerd dat Cleon Beheer een holding is die zich uitsluitend bezighoudt met het beheren van haar dochterondernemingen en dat de relaties zijn ondergebracht bij Cleon Advies. Gelet daarop kan het concurrentiebeding alleen maar zien op de werkzaamheden die [appellant] voor Cleon Advies (en Brandom) verrichtte en de relaties van Cleon Advies (en Brandom). [appellant] had dat redelijkerwijs moeten begrijpen, aldus Cleon c.s.
4.4.
Het hof oordeelt als volgt. Tijdens de mondelinge behandeling is aan de zijde van Cleon c.s. verklaard dat [appellant] in 2011 is gestart met vooral digitale archiveringswerkzaamheden voor Cleon Beheer en dat hij daarnaast, in mindere mate, grafische werkzaamheden voor Cleon Beheer verrichtte. De digitale archiveringswerkzaamheden verrichte hij voor een dochtermaatschappij van Cleon Beheer, Cleon Hosting. In 2014 zijn de digitale archiveringswerkzaamheden gestopt en heeft [appellant] zich toegelegd op grafische ontwerpwerkzaamheden. In de tweede arbeidsovereenkomst die in 2016 is ondertekend staan ook alleen ontwerpwerkzaamheden genoemd. [appellant] verrichtte die werkzaamheden voor Cleon Advies (Brandom). Cleon Beheer werd een holding met werkmaatschappijen, waaronder Cleon Advies. De relaties die voorheen onder Cleon Beheer vielen, vielen vanaf dat moment onder Cleon Advies, aldus Cleon c.s..
4.5.
Uit deze toelichting volgt dat [appellant] zijn werkzaamheden aanvankelijk voor Cleon Beheer verrichtte: relaties werden vanuit Cleon Beheer bediend, [appellant] verrichtte digitale archiveringswerkzaamheden en grafische ontwerpwerkzaamheden voor Cleon Beheer. Na een herstructurering zijn de digitale archiveringswerkzaamheden kennelijk afgestoten en zijn de ontwerpwerkzaamheden ondergebracht bij Cleon Advies. Het is dus niet zo dat Cleon Beheer van meet af aan een holding was zonder relaties en activiteit, dat is pas het geval na de herstructurering. In 2016 is Brandom van start gegaan en verrichtte [appellant] zijn werkzaamheden onder dat label voor Cleon Advies. Het is niet duidelijk geworden wanneer die werkzaamheid precies is gestart. Tegen de achtergrond van deze onduidelijkheid, waarbij dus niet kan worden vastgesteld dat Cleon Beheer vanaf het moment dat de tweede arbeidsovereenkomst is ondertekend uitsluitend als holding actief was, kan niet worden gezegd dat [appellant] (gelet op de Haviltexmaatstaf) redelijkerwijs had moeten begrijpen dat het concurrentiebeding dat voorheen – volgens de tekst van de arbeidsovereenkomst – tussen hem en Cleon Beheer gold, in de tweede arbeidsovereenkomst die wederom gold tussen Cleon Beheer en [appellant] , betrekking had op zijn werkzaamheden voor Cleon Advies en Brandom. Anders gezegd: dat het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst met Cleon Beheer in relatie tot Cleon Beheer evident een dode letter was, is onvoldoende duidelijk geworden. Gesteld noch gebleken is dat aan [appellant] is uitgelegd dat het concurrentiebeding gold voor zijn werkzaamheden en relaties bij Cleon Advies. Het had op de weg van Cleon c.s. gelegen om op het moment van herstructurering en overheveling van de activiteiten naar de dochterondernemingen, waaronder Cleon Advies, met de juiste dochteronderneming een arbeidsovereenkomst met concurrentiebeding te sluiten of een nieuw concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst met Cleon Beheer overeen te komen dat ook werkzaamheden bij en relaties van Cleon Advies omvatte. Cleon c.s. heeft nog aangevoerd dat het onderscheid tussen de rechtspersonen er niet toe doet en dat een met Cleon Beheer overeengekomen concurrentiebeding zonder meer ook geldt voor Cleon Advies maar daarmee miskent Cleon c.s. dat het hier om afzonderlijke rechtspersonen gaat die niet zomaar, zonder nadere omstandigheden, die onvoldoende zijn gesteld, met elkaar kunnen worden vereenzelvigd.
4.6.
Uit het voorgaande volgt dat ook het hof van oordeel is dat in de verhouding Cleon Advies en [appellant] geen concurrentiebeding geldt. Daarop stuit de vordering onder 1 van Cleon c.s. reeds af.
4.7.
Daaraan voegt het hof nog toe dat Cleon c.s. ook niet heeft aangetoond dat [appellant] gedurende zes maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst zijn arbeidskracht ter beschikking heeft gesteld aan relaties van Cleon Advies. Uit de verklaringen van relaties waarnaar Cleon c.s. verwijst volgt naar het oordeel van het hof niet meer dan de intentie of de wens die bij enkele relaties bestond om met [appellant] te willen blijven samenwerken. Dat dat daadwerkelijk is gebeurd, is niet gebleken. Evenmin is gebleken dat deze relaties zijn overgestapt naar [bedrijf1] en dat [appellant] van daaruit de relaties heeft bediend. Aan de zijde van [appellant] is dit tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd betwist en Cleon c.s. heeft niet uitgelegd waaruit blijkt dat de relaties ook daadwerkelijk bij [bedrijf1] zijn terechtgekomen. Daar komt bij dat uit meerdere medische verklaringen blijkt dat [appellant] vanaf april 2022 ziek was en niet in staat is te werken. Weliswaar staat vast dat [bedrijf1] facturen van Skyberate heeft betaald voor de hosting van relaties van Cleon Advies maar daarmee staat nog niet vast dat de hosting ook daadwerkelijk door [bedrijf1] is overgenomen – ook dat is tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd betwist – laat staan dat dit door [appellant] is gedaan. Van overtreding van het concurrentiebeding is dus evenmin gebleken.
4.8.
[appellant] heeft ook in hoger beroep om vernietiging van het concurrentiebeding gevraagd. De argumenten die [appellant] daarvoor heeft aangedragen, die erop neerkomen dat Cleon c.s. de zorgplicht onvoldoende in acht heeft genomen en het feit dat de intentie om [appellant] Brandom te laten overnemen zich niet verhoudt met een concurrentiebeding, rechtvaardigen, zonder nadere toelichting, geen beroep op artikel 7:653 lid 3 BW Pro. Van onbillijke benadeling is het hof, gelet op in het bijzonder de beperkte duur van het beding (die inmiddels ook is verstreken), niet gebleken. Daarop stuit deze vordering af.
onrechtmatige concurrentie
4.9.
Cleon c.s. verwijt [appellant] dat hij, als contactpersoon bij Cleon Advies, moedwillig de banden met relaties van Cleon Advies heeft doorgesneden en de klanten heeft ondergebracht bij [bedrijf1] . Hij heeft hierbij gebruik gemaakt van vertrouwelijke informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie bij Cleon Advies beschikte en heeft relaties beïnvloed met gekleurde informatie waardoor de relaties geen zaken meer wilden doen met Cleon c.s. De kantonrechter heeft geoordeeld dat een en ander onvoldoende is komen vast te staan.
4.10.
Van onrechtmatige concurrentie door een ex-werknemer kan sprake zijn wanneer de ex-werknemer het duurzame bedrijfsdebiet van zijn voormalige werkgever stelselmatig en substantieel afbreekt en daarbij gebruik maakt van kennis en gegevens die hij bij zijn voormalig werkgever vertrouwelijk heeft gekregen.
4.11.
Cleon c.s. heeft ter onderbouwing van haar bezwaar tegen het oordeel van de kantonrechter verwezen naar verklaringen van relaties van Cleon Advies waaruit volgens haar volgt dat [appellant] negatieve en onjuiste berichten heeft verspreid en dat [appellant] deze relaties heeft benaderd om met hem, al dan niet via [bedrijf1] , zaken te gaan doen.
4.12.
In enkele verklaringen van relaties wordt gerefereerd aan negatieve gedragingen van Cleon c.s. zoals benadeling, misbruik van goed vertrouwen, het niet willen houden aan afspraken, het op slinkse wijze kapen van het bedrijf. Veronderstellenderwijs aangenomen dat de inhoud van deze verklaringen is gebaseerd op negatieve uitlatingen van [appellant] over Cleon c.s., is daarmee nog niet gegeven dat sprake is van onrechtmatige concurrentie.
Een paar relaties heeft in hun verklaring kenbaar gemaakt dat zij (daarom) niet langer met Cleon c.s. willen samenwerken. Deze handelwijze van [appellant] met het vertrek van mogelijk een aantal relaties tot gevolg, acht het hof onvoldoende om te kunnen spreken van een
stelselmatigen
substantieelafbreken van het bedrijfsdebiet. Daar komt nog bij dat, zoals hiervoor ook al is overwogen, niet is onderbouwd dat die relaties bij [bedrijf1] of [appellant] zijn terechtgekomen. Ook dit bezwaar van Cleon c.s. treft dus geen doel.
geheimhoudingsbeding4.13. [appellant] heeft in deze procedure gegevens overgelegd die onder het geheimhoudingsbeding vallen. De kantonrechter heeft de vordering van Cleon c.s. wegens schending van dit beding afgewezen met de overweging dat processtukken niet openbaar zijn, deze enkel ter beschikking staan van procespartijen en dat om die reden de enkele omstandigheid dat aan een derde in de persoon van de rechter deze gegevens zijn verstrekt, redelijkerwijs niet als schending van de geheimhouding kan worden betiteld.
Cleon c.s. voert hiertegen als bezwaar aan dat, gelet op de inhoud van het geheimhoudingsbeding, [appellant] het beding heeft geschonden met zijn handelen. Volgens [appellant] zijn de gegevens, in het kader van welke vennootschap een beroep kan doen op het concurrentiebeding, van belang om aan te tonen dat Brandom ondergebracht was in Cleon Advies en niet Cleon Beheer. Ook is het geheimhoudingsbeding bedoeld om eventuele concurrentie geen ongewenst voordeel te geven. Een geheimhoudingsbeding kan nooit bedoeld zijn of als effect hebben dat een partij ten behoeve van waarheidsvinding geen stukken aan de rechter mag overleggen als verweer tegen aantijgingen die jegens hem zijn gedaan.
4.14.
Het bezwaar van Cleon c.s. treft doel. Na afloop van de arbeidsovereenkomst is juist voor de overgelegde financiële stukken specifiek geheimhouding overeengekomen. In het geheimhoudingsbeding staat:
“(…) 2. Ontvanger zal alle voornoemde informatie die bij hem door Cleon c.s. (…) is of zal worden verstrekt behandelen als vertrouwelijke informatie die hij derhalve voor derden strikt geheim zal houden. (…)3. Indien Ontvanger de verplichtingen in deze overeenkomst niet of niet volledig nakomt, zal hij door dit enkele feit per gebeurtenis aan Cleon c.s. een (…) boete ter grootte van een bedrag van € 5.000,= verschuldigd zijn. (…).”
De tekst van de overeenkomst is helder: de informatie moet voor derden strikt geheim worden gehouden. In beginsel valt een ieder, anders dan Cleon c.s. en [appellant] , onder het begrip derden, ook een rechter die in het kader van een procedure kennis neemt van de stukken. In dat verband heeft Cleon c.s. er ook terecht op gewezen dat de mondelinge behandeling openbaar is en dat daar gesproken kan worden over deze gegevens, al dan niet ten overstaan van bij de mondelinge behandeling aanwezig publiek, zoals in deze zaak het geval was. [appellant] heeft ook niet uitgelegd op grond waarvan hij het begrip ‘derde’ beperkter heeft uitgelegd, namelijk dat het alleen betrekking zou hebben op concurrenten. De tekst van de overeenkomst geeft voor die uitleg onvoldoende aanknopingspunten. Het geheimhoudingsbeding is dus geschonden en de boete is door [appellant] verschuldigd. Een belangenafweging waarop [appellant] een beroep doet, leidt niet tot een ander oordeel. Dat Brandom onder is gebracht in Cleon Advies is immers niet betwist, terwijl verder onvoldoende duidelijk is gemaakt ter onderbouwing van welk verweer tegen welke aantijging de stukken in het geding zijn gebracht. Een beroep op matiging is niet gedaan. De vordering van Cleon c.s. onder 3 wordt toegewezen.
Skyberate4.15. De kantonrechter heeft de vordering van Cleon c.s. toegewezen dat [appellant] alle gegevens die nodig zijn om Cleon Beheer als rechthebbende van de gegevens bij (de rechtsopvolger van) Skyberate te registeren, overdraagt aan Cleon Beheer. [appellant] is het hiermee om meerdere redenen niet eens. Cleon c.s. wil op haar beurt dat deze vordering niet alleen ten aanzien van Cleon Beheer maar ook ten aanzien van Cleon Advies wordt toegewezen.
4.16.
Net als de kantonrechter is het hof van oordeel dat [appellant] niet bevoegd was de gegevens van Skyberate over te dragen aan [bedrijf2] . [appellant] voert in hoger beroep aan dat het afbouwen en overdragen van de hosting naar [bedrijf2] in opdracht van [naam1] is uitgevoerd. Hij verwijst naar een gespreksverslag uit 1 oktober 2019. Uit dat gespreksverslag volgt niet meer dan dat [appellant] in een gesprek met onder meer [naam1] heeft gesproken over de toekomst en in dat kader wordt genoemd ‘
Hosting wordt afgebouwd”. Die enkele zinssnede in een verslag van bijna drie jaar eerder, kan niet worden beschouwd als een opdracht van [naam1] aan [appellant] om de gegevens van Skyberate aan [bedrijf2] over te dragen. [appellant] heeft in hoger beroep herhaald dat hij niet over de gegevens beschikt en daarom niet aan een veroordeling kan voldoen. Daarover heeft de kantonrechter geoordeeld dat de omstandigheid dat voor het verkrijgen van de gegevens de medewerking van (de onderneming van) zijn echtgenote nodig is ( [bedrijf2] heeft de gegevens immers aan [bedrijf1] overgedragen), niet in de weg staat aan toewijzing van de vordering. [appellant] heeft tegen dat oordeel geen grief gericht. Hij heeft ook niet betwist dat [bedrijf1] over de gegevens beschikt. [appellant] heeft ten slotte nog aangevoerd dat relaties zelf bepalen met wie zij zaken willen doen. Dat kan zo zijn maar vormt geen valide argument om in de verhouding Cleon c.s. - [appellant] anders te oordelen dan dat de kantonrechter heeft gedaan. Daar komt bij dat Cleon c.s. ter zitting onweersproken heeft toegelicht dat en waarom zij nog steeds belang heeft bij afgifte van de gegevens: het gaat om alle data en digitale eigendommen van Cleon die daar zijn ondergebracht, waaronder de administratie. [appellant] heeft nog aangevoerd dat hij op 23 januari 2024 codes/tokens van de hosting van een aantal specifiek genoemde websites geboden. Daarmee heeft hij echter niet aan de terechte veroordeling door de kantonrechter voldaan.
4.17.
[appellant] heeft ten slotte nog aangevoerd dat Cleon Beheer geen rechthebbende is tot de gegevens van Skyberate. Cleon c.s. wil zoals gezegd dat zowel Cleon Beheer als Cleon Advies de beschikking krijgen over de gegevens. De vordering wordt ten aanzien van Cleon Beheer en Cleon Advies toegewezen. Het doet er niet toe dat de activiteiten plaatsvonden in Cleon Advies waarmee geen contractuele relatie met [appellant] bestond, Cleon c.s. kunnen beiden belang hebben bij de beschikking over de gegevens zodat zij inzicht kunnen n krijgen in de gegevens die via Skyberate toegankelijk zijn, zoals de administratie.
4.18.
De vordering van Cleon c.s. onder 4 wordt toegewezen zowel ten aanzien van Cleon Beheer als Cleon Advies. In de bezwaren van [appellant] tegen de hoogte van de door de kantonrechter opgelegde dwangsom ziet het hof geen aanleiding de dwangsom naar beneden bij te stellen.
Schending zorgplicht
4.19.
[appellant] verwijt Cleon c.s. dat zij de zorgplicht die op haar als werkgever van [appellant] rust, heeft geschonden c.q. dat Cleon c.s. niet als goed werkgever heeft gehandeld en dat [appellant] daardoor schade heeft geleden. [appellant] verwijt Cleon c.s., zo begrijpt het hof, dat zij [appellant] veelvuldig onterecht heeft ziekgemeld, onvoldoende salaris heeft betaald, dat Cleon c.s. op het moment van het wegvallen van [naam1] onvoldoende begeleiding heeft geboden aan [appellant] , de wijze waarop het ontslag is afgewikkeld en het niet nakomen van een gestelde toezegging dat Brandom na het overlijden van [naam1] van [appellant] zou zijn en dat de voor Brandom opgebouwde reserve van € 100.000 aan hem zou toekomen.
4.20.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft (de advocaat van) [appellant] onderkend dat de gestelde geleden en gevorderde schade alleen verband houdt met het verwijt dat de gestelde toezegging niet is nagekomen en dat er daarom alleen belang bestaat bij beoordeling van dat verwijt. De overige verwijten laat het hof daarom onbesproken.
4.21.
Tussen partijen is niet in geschil dat het bij aanvang van het dienstverband in 2011 de opzet was om [appellant] te begeleiden naar zelfstandig ondernemerschap: [appellant] werkte vanuit zijn dienstverband met Cleon Beheer (vanaf 2016) voor Cleon Advies en meer in het bijzonder het label Brandom met de bedoeling op termijn onder het label Brandom als zelfstandige verder te gaan. In dat traject werd hij begeleid door [naam1] , Autlook en Onresult. [appellant] beroept zich er in het kader van de zorgplichtschending op dat [naam1] een concrete toezegging heeft gedaan die erop neerkomt dat [appellant] het label Brandom na het overlijden van [naam1] om niet zou verkrijgen evenals een voor Brandom opgebouwde financiële reserve van € 100.000. Doordat Cleon c.s. die toezegging niet nakomt, schendt zij de op haar rustende zorgplicht en lijdt [appellant] schade, bestaande uit het niet verkrijgen van die reserve.
4.22.
[appellant] baseert zijn stelling allereerst op verklaringen van [naam3] en [naam4] . [naam4] was van 2012 tot 2015 aanjager van [naam7] in [plaats] waarbij [appellant] vanaf 2014 was aangesloten. Zij verklaart dat het expliciet de gedachte was dat [appellant] vanuit zijn dienstverband bij Cleon c.s. zou werken aan de stap naar zelfstandig ondernemerschap en Brandom zou overnemen als zelfstandig ondernemer. Omdat dit zo expliciet duidelijk was werd ervoor gekozen om [appellant] een werkplek te bieden van CVJO. Uit deze verklaring blijkt naar het oordeel van het hof niet meer dan de tussen partijen vaststaande intentie om [appellant] onder de vleugels van (een dienstverband met) Cleon c.s. te laten groeien naar zelfstandig ondernemerschap. Een toezegging dat dat op een vastgesteld moment zou gebeuren, blijkt hieruit niet. Integendeel, [naam4] verklaart over de periode 2014-2015 en nadien zijn ruim 7 jaar verstreken zonder dat de stap naar zelfstandigheid is gezet. Uit de verklaring van [naam3] blijkt niets van een concrete toezegging. [appellant] beroept zich ook op de verklaring van [naam5] . [naam5] , die door [naam1] werd ingehuurd om [appellant] in de periode 2015 tot 2022 te begeleiden met betrekking tot de bedrijfsvoering, heeft verklaard dat hij eind 2021/begin 2022 met [naam1] een [appellant] een gesprek voerde waarin [naam1] vertelde dat er € 100.000 aan bedrijfsresultaat op de rekening van Brandom stond en dat dat geld aan [appellant] toekwam omdat hij daarvoor had gewerkt. In de verklaring staat verder dat [appellant] nog niet zelfstandig verder ging met Brandom omdat hij daar volgens [naam1] nog niet klaar voor was. Ook dit bevestigt naar het oordeel van het hof hetgeen tussen partijen was afgesproken: zodra [appellant] er klaar voor was, zou hij het label Brandom zelfstandig voortzetten. Dat moment was echter nog niet daar, zo leidt het hof af uit deze verklaring. Uit de verklaring van [naam6] en de andere verklaringen waarnaar [appellant] verwijst volgt niet iets anders.
De conclusie die het hof op grond van het voorgaande trekt is dat het traject naar zelfstandig ondernemerschap van [appellant] niet voorzag in concrete data waarop die stap zou worden gezet, dat die stap afhing van in ieder geval de inschatting van [naam1] of [appellant] daaraan toe was en dat dat kennelijk nog niet het geval was. Gelet op de bestaande afspraak had [appellant] na het overlijden van [naam1] , net als daarvoor, recht op het kunnen uitoefenen van zijn werkzaamheden in het kader van het traject dat beoogde te leiden naar zelfstandigheid. [appellant] heeft, door zelf ontslag te nemen, dat traject gestopt. Tegen deze achtergrond heeft Cleon c.s. door na het overlijden van [naam1] het label Brandom niet aan [appellant] over te dragen, niet gehandeld in strijd met gemaakte afspraken of in strijd met de op haar rustende zorgplicht. Hierop stuit deze vordering af.
4.23.
Dat [naam1] aan [appellant] betaling van € 100.000 heeft toegezegd is evenmin vast komen te staan. Als al wordt aangenomen dat [naam1] heeft verklaard dat voor [appellant] ‘€ 100.000 staat gereserveerd’, zoals [appellant] heeft aangevoerd en heeft aangeboden te bewijzen, dan nog is dat onvoldoende om een betalingsverplichting van Cleon c.s. aan [appellant] aan te nemen, of om te oordelen dat het niet uitbetalen daarvan onrechtmatig is. De € 100.000 zou immers volgens de verklaring van [naam5] als bedrijfsresultaat zijn opgebouwd met werkzaamheden in Cleon Advies. Voor de hand ligt dat betaling van dat bedrag (als de verplichting daartoe al zou bestaan) zou samenvallen met het moment dat [appellant] concreet de hiervoor bedoelde stap naar zelfstandig ondernemerschap zou zetten, en die stap is niet gezet.
onrechtmatige daad/wanprestatie [appellant]4.24. Cleon c.s. verwijt [appellant] dat hij de g-schijf en het back-up systeem van Cleon c.s. met daarop de administratie van Cleon Advies heeft vernietigd. Daarnaast heeft hij de gegevens van Skyberate aan Lapré overgedragen en heeft hij deze niet teruggeven aan Cleon c.s. Daardoor is Cleon c.s. niet in staat facturen te versturen voor door [appellant] verrichtte werkzaamheden en de facturen te innen doordat Cleon c.s. met de administratie kan aantonen dat er opdrachten zijn gegeven.
4.25.
[appellant] heeft niet althans onvoldoende gemotiveerd betwist dat hij de g-schrijf en het back-up systeem van Cleon c.s. heeft vernietigd. Hij heeft dit ook bij herhaling verklaard bij de kantonrechter. Daarmee heeft hij onrechtmatig gehandeld dan wel is hij toerekenbaar tekortgeschoten tegenover Cleon Advies en Cleon Beheer. Datzelfde geldt voor het onbevoegd overdragen van de gegevens van Skyberate.
4.26.
Het hof gaat ervan uit dat, zoals Cleon c.s. heeft gesteld, zij door de vernietiging van de g-schijf en de back-up en het overdragen van de gegevens van Skyberate aan derden, niet meer kan beschikken over de administratie. Voor zover [appellant] dit heeft betwist, heeft hij dat niet gemotiveerd gedaan terwijl aan de zijde van Cleon c.s. is uitgelegd welke informatie op g-schijf en via Skyberate werd bewaard. Het hof gaat dus aan de betwisting van [appellant] voorbij en gaat ervan uit dat Cleon c.s. door het handelen van [appellant] niet bij de administratie kan waaruit blijkt hoeveel uren [appellant] tot 16 april 2022 heeft gewerkt, voor welke relatie dat was en welke opdrachten er door relaties zijn gegeven.
4.27.
Cleon c.s. heeft ter zitting aan de hand van productie 36 bij akte vermeerdering eis van 4 juli 2023 uitgelegd hoe zij de schade heeft begroot die zij door het hiervoor genoemde handelen van [appellant] heeft geleden. Het hof zal hierna per post beoordelen of en in welke mate de schade toewijsbaar is.
4.28.
Onder ‘
inkomende facturen Brandom open vanaf 28 februari tot 16 april 2022’ en ‘
inkomende facturen Brandom open vanaf 16 april 2022’staan de inkoopfacturen over die periodes. Onder de kop “
in factuur niet betaald’ staan met blauwe markering de bedragen genoemd van de facturen die aan relaties zijn gestuurd op wie de inkoopfactuur volgens Cleon c.s. (dat volgt uit de beschrijving op de inkoopfactuur) betrekking had en die vervolgens niet hebben betaald. Wanneer uit de inkoopfactuur niet blijkt op welke relatie die betrekking heeft en dus niet door Cleon c.s. kon worden doorbelast, is het bedrag opgenomen onder de kop ‘
Niet toewijsbaar’. Cleon c.s. voert aan dat wanneer zij de beschikking had gehad over de g-schijf of de gegevens van Skyberate, zij aan relaties had kunnen laten zien dat zij opdracht hadden gegeven voor de betreffende inkopen en dan hadden de relaties ofwel de inkoopfactuur betaald dan wel had Cleon c.s. deze hoogstwaarschijnlijk (al dan niet na rechterlijke tussenkomst) kunnen innen. In totaal gaat het over de twee periodes tot en vanaf 16 april 2022 om een bedrag van € 8.727,24. Die inkoopfacturen heeft Cleon c.s. betaald. De relaties aan wie Cleon c.s. de facturen vervolgens heeft doorbelast hebben de facturen niet betaald. Het hof acht het zeer waarschijnlijk dat wanneer Cleon c.s. over haar administratie had kunnen beschikken waarin de opdrachten stonden, de relaties de inkoopfacturen wel hadden betaald dan wel daar met succes toe veroordeeld zouden zijn. Dat betekent dat het onbetaald blijven van deze inkoopfacturen schade is die Cleon c.s. heeft geleden als gevolg van het handelen van [appellant] . Dit bedrag zal worden toegewezen.
4.29.
Wanneer, zoals gezegd, uit de inkoopfactuur niet blijkt op welke relatie een inkoopfactuur betrekking had en deze dus niet door Cleon c.s. kon worden doorbelast, is het bedrag opgenomen onder de kop ‘
Niet toewijsbaar’. Dat Cleon c.s. zaken heeft ingekocht naar aanleiding van een opdracht van een relatie acht het hof aannemelijk. Dan geldt hetzelfde als hiervoor is overwogen: het hof acht het zeer waarschijnlijk dat deze inkoopfacturen zouden zijn betaald wanneer Cleon c.s. over haar administratie had beschikt en had kunnen achterhalen ten behoeve van welke relatie de inkoop was gedaan. Over de beide periodes komt het neer op een totaalbedrag van € 3.005,78. Dit bedrag wordt toegewezen.
4.30.
Cleon c.s. heeft aan de hand van de onder 4.28 genoemde inkoopfacturen op basis van de werkzaamheden die in het verleden voor de betreffende relaties zijn verricht, een schatting gemaakt voor het aantal voor de relatie verrichte uren maal het uurtarief. Die uren, opgeteld bij de inkoopfacturen en vermeerderd met btw sluiten (over beide periodes samen) op een bedrag van € 14.337,53. Dat betekent dat aan uren en btw over die uren een bedrag van € 14.337,53 (verkoopfacturen) minus € 8.727,24 (inkoopfacturen onder 4.28) =
€ 5.610,29 is berekend. Tijdens de zitting is besproken dat de btw over die uren geen schade is. Dat betekent dat € 5.610,29 moet worden verminderd met 21% btw wat neerkomt op een bedrag van € 4.636,60. Van dit bedrag kan alleen de gederfde winst als schade worden aangemerkt en niet de gemaakte omzet. Bij gebreke van aanknopingspunten stelt het hof de winstderving schattenderwijs vast op 50% van de waarde van de uren zonder btw. Dat komt neer op een bedrag van € 2.318,30.
4.31.
[appellant] heeft als bezwaar tegen de schadebegroting van Cleon c.s. geuit dat niet is aangetoond dat de werkzaamheden zijn verricht en uren zijn gewerkt. De omzet die Cleon c.s. heeft berekend komt ook niet voor in de door Cleon c.s. aangeleverde omzetcijfers en de relaties hebben tegen [appellant] verklaard door spookfacturen te zijn verrast.
Aan deze verweren gaat het hof voorbij. Cleon c.s. is door het handelen van [appellant] in de positie gebracht dat zij niet meer over haar administratie kan beschikken om aan te tonen hoeveel uren er voor welke relaties is gewerkt en dat daarvoor opdrachten zijn gegeven. Dat er uren zijn gewerkt ligt alleszins voor de hand nu er wél inkoopfacturen van diensten en goederen voor die relaties zijn (die door [appellant] niet zijn betwist) en waaruit in voldoende mate blijkt dat er een opdracht voor werkzaamheden aan Cleon c.s. is gegeven. Omdat Cleon c.s. de schade niet preciezer kan aantonen dan zij heeft gedaan, moet de schade worden geschat. Door die schatting van gewerkte uren te baseren op de in het jaar daarvoor gewerkte uren, heeft Cleon c.s. naar het oordeel van het hof een redelijke schatting gemaakt en dient daarvan, bij gebreke ook van concretere aanknopingspunten, te worden uitgegaan. Dat de omzet niet in de boeken voorkomt is logisch. Het gaat hier immers om schade en daarom heeft het hof in zijn berekening de btw eruit gelicht en een schatting gemaakt van het aandeel winst. [appellant] heeft in productie 77 bij memorie van antwoord de berekening van Cleon c.s. becommentarieerd maar iedere onderbouwing of toelichting bij dat commentaar ontbreekt en is ook tijdens de zitting niet gegeven. Het hof gaat daaraan dan ook voorbij.
4.32.
De post ‘
omzet waar nog verkoopfacturen tegenover moeten komen’ dus de geschatte uren in verband met de onder 4.29. genoemde inkoopfacturen wordt niet toegewezen. Cleon c.s. heeft onvoldoende duidelijk gemaakt waarop die schatting is gebaseerd.
4.33.
Het voorgaande betekent dat er aan schade wegens onrechtmatig handelen en toerekenbaar tekortschieten wordt toegewezen € 8.727,24 + € 3.005,78 + € 2.318,30 =
€ 14.051,32. Het hof wijst dus een lager bedrag aan schadevergoeding toe en zal het vonnis op dit punt vernietigen.
4.34.
Feiten of omstandigheden die een ander oordeel rechtvaardigen zijn gesteld noch gebleken. Aan de bewijsaanbiedingen van beide partijen gaat het hof daarom voorbij.
De conclusie
4.35.
Het hoger beroep [appellant] slaagt deels, namelijk voor wat betreft de hoogte van de aan Cleon c.s. toe te wijzen schadevergoeding. Omdat [appellant] merendeels in het ongelijk wordt gesteld, zal het hof [appellant] tot betaling van de proceskosten in zijn hoger beroep veroordelen. Het hoger beroep van Cleon c.s. slaagt deels namelijk voor zover het de boete wegens schending van het geheimhoudingsbeding en de afgifte van de gegevens van Skyberate aan zowel Cleon Beheer als Cleon Advies betreft. Omdat Cleon c.s. merendeels in het ongelijk is gesteld in haar hoger beroep, zal zij in de proceskosten daarvan worden veroordeeld. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak. Voor de leesbaarheid zal het hof het vonnis van de kantonrechter vernietigen, behalve de proceskostenveroordeling, en opnieuw recht doen.
4.36.
De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).

5.De beslissing

Het hof:
5.1.
vernietigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen van 17 januari 2024 behalve de beslissing in 5.4. die wordt bekrachtigd;
5.2.
veroordeelt [appellant] om binnen drie dagen na betekening van het arrest bij Cleon Beheer en Cleon Advies in te leveren de wachtwoorden, eventuele bijbehorende tokens en alle andere gegevens van de relaties van Cleon Beheer en Cleon Advies, op straffe van een dwangsom van € 250 per dag dat [appellant] in gebreke blijft aan de veroordeling te voldoen, tot een maximum van € 25.000 is bereikt;
5.3.
veroordeelt [appellant] tot betaling aan Cleon c.s. van € 5.000;
5.4.
veroordeelt [appellant] tot betaling aan Cleon Advies van € 14.051,32 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2023 tot de dag van algehele voldoening;
5.5.
veroordeelt [appellant] tot betaling van de volgende proceskosten van Cleon c.s.:
€ 6.561 aan griffierecht
€ 7.594 aan salaris van de advocaat van Cleon c.s. (2 procespunten x het toepasselijke tarief V)
5.6.
veroordeelt Cleon c.s. tot betaling van de volgende proceskosten van [appellant] :
€ 3.797 aan salaris van de advocaat van [appellant] (2 procespunten : 2 x het toepasselijke tarief V)
5.7.
bepaalt dat over de proceskostenveroordelingen in 5.5. en 5.6. de wettelijke rente verschuldigd is vanaf veertien dagen na het wijzen van dit arrest tot de dag van algehele voldoening;
5.8.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
5.9.
wijst af wat verder in conventie en reconventie is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.C.P. Giesen, G.A. Diebels en J. Schulp en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.