In deze zaak gaat het om een hoger beroep van de Inspecteur van de Belastingdienst tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland. De Rechtbank had de naheffingsaanslag BPM van belanghebbende, een B.V., verlaagd van € 8.221 naar € 3.820. De Inspecteur was het niet eens met deze uitspraak en heeft hoger beroep ingesteld. De zaak betreft de waardering van een Chevrolet Corvette Hennessey Performance EU HPE1000, waarvoor belanghebbende aangifte BPM had gedaan. De Inspecteur had de naheffingsaanslag opgelegd op basis van een taxatieverslag, waarin werd gesteld dat er onvoldoende gegevens waren om de exacte historische nieuwprijs te berekenen. De Rechtbank oordeelde dat de handelsinkoopwaarde moest worden vastgesteld aan de hand van de koerslijst van Eurotax, met een bijstelling voor de markt- en dealersituatie. In hoger beroep heeft het Hof geoordeeld dat de koerslijstmethode niet kon worden toegepast, omdat er geen vergelijkbare voertuigen beschikbaar waren. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en de naheffingsaanslag bevestigd, waarmee het hoger beroep van de Inspecteur gegrond werd verklaard.