Partijen zijn in 2003 in Zuid-Afrika getrouwd, de vrouw is Italiaans en de man Nederlands. De man verzocht in 2024 de echtscheiding uit te spreken en de gemeenschap van goederen te verdelen. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en beval verdeling van de gemeenschap, waarbij de vrouw in eerste aanleg verstek liet gaan.
De vrouw stelde hoger beroep in met gewijzigde verzoeken, waaronder partneralimentatie en toedeling van de woning aan haar. De man verzocht afwijzing en wijzigde zijn verzoeken, onder meer tot toedeling van de woning aan hem. Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime, gelet op het Haags Huwelijksvermogensverdrag en de feitelijke woonplaats van partijen.
Het hof wees het verzoek van de vrouw af om Italiaans recht toe te passen op de huwelijksgemeenschap en verwierp haar bewijsaanbod. De woning werd toegewezen aan de man, die de vrouw € 225.000 moet betalen. De vrouw krijgt het recht de woning en inboedel nog zes maanden te gebruiken tegen betaling van de lasten. Het verzoek om partneralimentatie werd afgewezen omdat de vrouw voldoende middelen heeft om in haar levensonderhoud te voorzien.
De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd met aanvullende bepalingen over de woning en de verdeling.