Uitspraak
1.Victus-Group B.V.,
Victus c.s., dan wel
Victus-Group,
Complice,
Aquitaineen
Victus-Sports,
[verweerder] B.V.,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Victus c.s. hebben bij de rechtbank Midden-Nederland een verzoek ingediend tot faillietverklaring van [verweerder] B.V. en [verweerder in persoon], dat op 2 juli 2025 werd afgewezen wegens het ontbreken van bewijs dat [verweerder] B.V. is opgehouden te betalen.
In hoger beroep hebben Victus c.s. enkel het faillissementsverzoek tegen [verweerder] B.V. voortgezet, stellende dat er sprake is van opeisbare vorderingen die niet zijn voldaan. [verweerder] B.V. betwist dit en voert onder meer aan dat de proceskosten zijn verrekend en dat het faillissementsverzoek misbruik van recht betreft, bedoeld om het hoger beroep te frustreren.
Het hof stelt vast dat de dwangsommen als steunvordering kunnen dienen, maar dat de hoofdvordering van de proceskosten niet summierlijk is komen vast te staan vanwege het verrekeningsverweer. Wel zijn geringe betekenings- en nakosten onbetwist gebleven, wat het vorderingsrecht bevestigt.
Het hof oordeelt dat het belang van Victus c.s. bij het faillissement gering is en dat het verzoek vooral is gericht op het frustreren van het hoger beroep van [verweerder] B.V., wat misbruik van bevoegdheid inhoudt. Daarom wordt het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en worden Victus c.s. veroordeeld tot betaling van de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het faillissementsverzoek wegens misbruik van recht en veroordeelt Victus c.s. tot betaling van proceskosten.