ECLI:NL:GHARL:2025:4696
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen aansprakelijkheid bij kop-staartbotsing door onvoldoende bewijs toedracht aanrijding
Op 14 november 2020 vond een kop-staartbotsing plaats op de snelweg waarbij geïntimeerde met zijn auto achterop de auto van appellant botste. Appellant vorderde bij de rechtbank een verklaring voor recht dat geïntimeerde en diens verzekeraar hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank wees de vorderingen af omdat appellant de toedracht niet had bewezen.
In hoger beroep stond centraal wie de bewijslast draagt en of appellant de gestelde onrechtmatigheid kon bewijzen. Het hof oordeelde dat de bewijslast bij appellant ligt en dat hij niet is geslaagd in het leveren van voldoende bewijs. Diverse getuigenverklaringen werden beoordeeld, waaronder die van appellant, zijn vader, geïntimeerde, diens partner en een onafhankelijke getuige. De verklaringen van appellant en zijn vader werden slechts minimaal ondersteund en deels betwijfeld vanwege inconsistenties en belangenverstrengeling.
De verklaringen van geïntimeerde en zijn partner spraken de stellingen van appellant tegen. De onafhankelijke getuige werd door het hof niet geloofwaardig geacht vanwege tegenstrijdigheden en onwaarschijnlijkheden. Het hof concludeerde dat appellant niet heeft bewezen dat geïntimeerde onrechtmatig handelde door onvoldoende afstand te houden. Daarom werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en appellant veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellant af wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen door geïntimeerde.