De huurder veroorzaakte sinds januari 2023 herhaaldelijk geluidsoverlast door het draaien van harde muziek, ook ’s nachts, wat leidde tot klachten van meerdere bewoners van het appartementencomplex. Daarnaast was er sprake van overlast door de geur van wiet en een agressieve houding van de huurder.
De verhuurder, woonstichting De Kernen, heeft de huurovereenkomst laten ontbinden door de kantonrechter, die een verstekvonnis uitsprak. De huurder kwam in verzet en stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Het hof heeft het hoger beroep behandeld aan de hand van verklaringen van bewoners, geluidsfragmenten en een bestuurlijke rapportage van de politie, waaruit blijkt dat de overlast herhaaldelijk is vastgesteld en dat de huurder meerdere bekeuringen heeft ontvangen.
De huurder voerde aan dat De Kernen onvoldoende onderzoek had gedaan en dat klachten mogelijk waren ingegeven door vooroordelen, maar deze bezwaren faalden omdat de overlast door meerdere onafhankelijke bronnen werd bevestigd en de huurder onvoldoende concrete tegenbewijs leverde. Ook het bezwaar tegen de uitvoerbaarheid bij voorraad werd verworpen.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt de huurder tot betaling van de proceskosten. De ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning blijven daarmee in stand.