De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een winkelpand vast op €388.000 voor het jaar 2022. Belanghebbende verzocht om toezending van alle relevante stukken, waaronder de onderbouwing van de kapitalisatiefactor die in een Excelbestand was verwerkt. De heffingsambtenaar verstrekte niet het volledige Excelbestand, waarop belanghebbende bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het Hof oordeelt dat de kapitalisatiefactor niet slechts een rekenkundige uitkomst is, maar gebaseerd op keuzes en aannames in het Excelbestand. Dit bestand valt onder de toezendplicht van artikel 40, lid 2, Wet WOZ. Omdat de heffingsambtenaar dit bestand niet voortvarend heeft verstrekt, is artikel 40, lid 2, geschonden.
Het Hof vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar, maar laat de rechtsgevolgen van die uitspraak in stand omdat de waarde niet meer in geschil is. Tevens veroordeelt het Hof de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.