Deze zaak betreft het hoger beroep van EG Retail tegen het vonnis van de kantonrechter dat de huurovereenkomst voor een onbemand tankstation op het perceel van Van den Brug per 30 juni 2025 beëindigt. Van den Brug had de huur opgezegd en ontruiming gevorderd, wat door de kantonrechter werd toegewezen.
Het geschil spitst zich toe op de kwalificatie van het gehuurde als gebouwde onroerende zaak in de zin van artikel 7:230a en 7:290 BW. EG Retail stelde dat het onbemand tankstation met brandstofpompen, ondergrondse tanks, een vloeistofdichte vloer en een luifel als gebouwde onroerende zaak moet worden aangemerkt, waardoor het 290-huurregime van toepassing zou zijn.
Het hof oordeelde dat het gehuurde niet voldoet aan de definitie van een gebouwde onroerende zaak, omdat het geen voor mensen toegankelijke, overdekte en geheel of gedeeltelijk omsloten ruimte betreft. De luifel en overige elementen zijn onvoldoende om het als gebouw te kwalificeren. Ook de WOZ-waarde en bouwkosten zijn niet relevant voor deze juridische kwalificatie.
Verder concludeerde het hof dat de huurtermijn van zestien jaar en het ontbreken van automatische verlenging niet duiden op een 290-huurregime. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde EG Retail tot betaling van de proceskosten. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.