ECLI:NL:GHARL:2024:6224
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep burengeschil over verwijdering en snoeien van bomen en heesters nabij erfgrens
In deze civiele zaak gaat het om een burengeschil tussen achterburen over bomen en heesters die zich deels boven de erfgrens bevinden en overlast veroorzaken. De rechtbank Midden-Nederland had de vorderingen tot verwijdering en snoei grotendeels toegewezen en dwangsommen opgelegd. De appellant ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat enkele cypressen verwijderd moeten worden, de Oostenrijkse den gesnoeid moet worden, en de beuk en larix conform het snoeiplan moeten worden gesnoeid. Voor de Oostenrijkse den en de fijnspar wijst het hof een bewijsopdracht toe om het verjaringsverweer te toetsen. De heesters moeten gesnoeid worden tot maximaal drie meter hoog of maximaal één meter boven de erfafscheiding, waarbij het hof het oordeel van de rechtbank dat ook lagere overhang onrechtmatige hinder veroorzaakt, verwerpt.
Verder wijst het hof het beroep op de Wet natuurbescherming af omdat het ecologisch onderzoek geen belemmering vormt voor de vorderingen. Het hof oordeelt dat de dwangsommen niet op nihil gesteld worden, maar beperkt het maximum tot € 50.000,-. Alle verdere beslissingen worden aangehouden totdat het bewijs is geleverd. Het hof wijst een rolverwijzing toe voor getuigenverhoor.
Uitkomst: Het hof wijst verwijdering en snoei toe voor enkele bomen en heesters, wijst een bewijsopdracht toe voor het verjaringsverweer, en beperkt de dwangsom tot maximaal € 50.000,-.