De Enki Groep heeft een herstructurering ondergaan waarbij het belang van Enki in diverse vennootschappen werd gecertificeerd en beheerd door een Stichting Administratiekantoor (STAK) met [geïntimeerde2] als bestuurder. Enki vorderde in kort geding het aftreden van deze bestuurder en de inschrijving van een nieuwe bestuurder, Verni Management B.V., alsmede verstrekking van de administratie van de STAK en een verbod op een ontbindingsverzoek van de STAK.
De voorzieningenrechter wees deze vorderingen af, waarna Enki hoger beroep instelde. Het hof oordeelt dat het spoedeisend belang van Enki voldoende is gegeven, mede vanwege de lopende ontbindingsprocedure van de STAK door [geïntimeerde2]. Echter, het hof vindt dat de uitleg van de overeenkomst op hoofdlijnen (OOH) en de bevoegdheid tot bestuurswissel onvoldoende aannemelijk is gemaakt, en dat de vorderingen zich niet lenen voor behandeling in kort geding.
Ook acht het hof de benoeming van Verni als opvolgend bestuurder onzeker en niet zonder meer onafhankelijk. De vorderingen tot overdracht van administratie en het verbod op ontbinding zijn eveneens niet toewijsbaar. Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt Enki tot betaling van de proceskosten.