Deze zaak betreft een geschil tussen moeder en zoon over de levering van aandelen in twee vennootschappen, RegioIsolatie en PU-Tech BV. De zoon had een koopoptie op aandelen, maar leverde niet tijdig af binnen de in de optieovereenkomsten gestelde termijn van drie maanden na uitoefening. De moeder weigerde levering mede vanwege fiscale vrijwaring en de wens tot gelijke verdeling tussen broers.
De rechtbank wees de vorderingen van de zoon toe, maar hij tekende niet de leveringsakten. Na faillissement van RegioIsolatie vorderde de zoon alsnog levering van aandelen in PU-Tech. Het hof stelde in hoger beroep dat de zoon geacht wordt van de koopoptie te hebben afgezien door niet tijdig af te nemen, waarbij de redelijkheid en billijkheid deze ontbindende voorwaarde ondersteunen.
De zoon voerde aan dat de termijn alleen op het inroepen van de optie zag en niet op afname, en dat de moeder de levering had gefrustreerd. Het hof verwierp deze argumenten, oordeelde dat de afspraken duidelijk zijn en dat de zoon de aandelen niet meer kan vorderen. Het hof bekrachtigde het eerdere arrest en bepaalde dat partijen hun eigen proceskosten dragen vanwege de familieverhoudingen.