Uitspraak
1.[appellant]
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant en geïntimeerde huurden samen een woning vanaf 1 juli 2020 tegen een kale huurprijs van €1.150,- per maand. Geïntimeerde verzocht de huurcommissie de redelijkheid van deze huurprijs te toetsen, waarna de maximale kale huurprijs werd vastgesteld op €635,76. Appellant stelde zich op het standpunt dat het gehuurde een geliberaliseerde woning was en vorderde vernietiging van de uitspraken van de huurcommissie.
De kantonrechter wees de vorderingen van appellant af en stelde in reconventie de kale huurprijs vast op €635,76, waarbij appellant werd veroordeeld tot terugbetaling van te veel betaalde huur. Het hoger beroep van appellant richtte zich op toewijzing van zijn vorderingen en afwijzing van die van geïntimeerde.
Het hof oordeelt dat het rechtsmiddelenverbod voor de conventie geldt en dat appellant geen doorbrekingsgrond heeft aangevoerd. De procedure bij de huurcommissie en kantonrechter is volgens het hof niet onrechtmatig verlopen. Ten aanzien van de reconventie stelt het hof vast dat geïntimeerde bevoegd was om namens de gemeenschap op te treden, ondanks dat dit te laat kenbaar is gemaakt. Appellant heeft onvoldoende belang bij vernietiging van het vonnis op dit punt.
Het hoger beroep wordt verworpen, het vonnis van de kantonrechter in reconventie bekrachtigd en appellant wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.