Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 1 februari 2024,
- de memorie na enquête van [de koper] van 19 maart 2024 en
- de memorie na enquête van [de verkoper] van 16 april 2024.
2.De kern van de zaak
3.Het verdere oordeel van het hof
De betaling van de koopprijs vindt plaats uiterlijk één oktober tweeduizendelf.”
de boot aan mij wilde verkopen. Nadat we overeengekomen waren op welke manier de boot aan mij verkocht zou worden, hebben wij dat termijnbedrag afgesproken. Ik heb het ook bij de notaris laten vastleggen.”
Hij[ [de verkoper] , hof]
vroeg een vrij hoge prijs wat wij niet in een keer konden betalen. Volgens mij was er 30.000 afgesproken. Ik was erbij toen het werd afgesproken. [de verkoper] zei ook dat het niet de bedoeling was om het in een keer te betalen, want hij had leefgeld nodig. (…)
Ja, er moest nog € 10.000,- worden betaald. Ik denk niet dat ik daarbij was. Ik weet ook niet wanneer dat allemaal was overgeboekt en wanneer dat geregeld is.