Uitspraak
[appellant]
VepaDrentea
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De werknemer, sinds 2015 in dienst bij VepaDrentea en opgeklommen tot leidinggevende, werd per 1 maart 2024 ontslagen wegens ernstig verstoorde arbeidsverhoudingen. De kantonrechter oordeelde dat noch werkgever noch werknemer ernstig verwijtbaar had gehandeld en wees de billijke vergoeding af.
In hoger beroep stelt de werknemer dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door onvoldoende en onduidelijke sturing en het nalaten van een adequaat verbetertraject. Het hof stelt vast dat er vanaf 2019 meerdere klachten waren over het gedrag van de werknemer, maar dat de werkgever onvoldoende concreet en tijdig heeft gehandeld om verbetering te bewerkstelligen.
Het hof concludeert dat VepaDrentea ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door onvoldoende duidelijkheid te verschaffen, geen coaching aan te bieden en onvoldoende voortvarend te zijn in het aanpakken van de problemen. De billijke vergoeding wordt vastgesteld op €34.000 bruto, lager dan het door de werknemer gevraagde bedrag van €200.000. Vergoeding van werkelijke proceskosten wordt afgewezen, maar de werkgever wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: VepaDrentea wordt veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van €34.000 bruto wegens ernstig verwijtbaar handelen.