Uitspraak
en bij de rechtbank optrad als verweerder en verzoeker in het tegenverzoek,
1.1. Het verloop van de procedure in hoger beroep
- het beroepschrift (met producties)
- het verweerschrift (met producties).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De werknemer was sinds mei 2022 in dienst als internationaal chauffeur bij de werkgever. Hij heeft de arbeidsovereenkomst in februari 2023 mondeling opgezegd en is daarna niet meer volledig blijven werken. Partijen waren het oneens over de afwikkeling van de arbeidsovereenkomst, met name over achterstallig loon, verrekening van voorschotten en de opzegtermijn.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer niet de juiste opzegtermijn in acht had genomen en veroordeelde hem tot betaling van een schadevergoeding aan de werkgever. Tevens werd vastgesteld dat de werkgever een bedrag aan achterstallig loon verschuldigd was, maar dat dit werd verrekend met de schadevergoeding, zodat de werknemer per saldo nog een bedrag aan de werkgever moest betalen. De werknemer stelde hoger beroep in tegen deze beschikking.
In hoger beroep stelde de werknemer dat hij recht had op meer achterstallig loon over overwerk in weekenden en op wettelijke verhoging van ten onrechte ingehouden bedragen. Het hof oordeelde dat de door de werkgever gebruikte tachograafgegevens leidend zijn en dat de werknemer geen bewijs had geleverd voor een hoger bedrag. Wel kende het hof de wettelijke verhoging toe over het vastgestelde achterstallige loon, omdat de cao dwingendrechtelijk is en de werkgever haar verplichtingen niet was nagekomen.
Verder verwierp het hof het bezwaar van de werknemer tegen inhoudingen op het loon wegens strijd met de twee-conclusieregel en onvoldoende onderbouwing. De overige grieven van de werknemer werden afgewezen en de kantonrechterlijke beschikking werd in stand gelaten, behalve voor de wettelijke verhoging die het hof alsnog toekende. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de wettelijke verhoging toe over het vastgestelde achterstallige loon en bekrachtigt verder de beschikking van de kantonrechter met veroordeling van de werknemer in de proceskosten.