ECLI:NL:GHARL:2024:3046
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling reguliere pachtovereenkomst en afwijzing medepachterschap zoon wegens onvoldoende waarborgen
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in hoger beroep geoordeeld over de vraag of er sprake is van een bedrijfsmatige pachtovereenkomst tussen appellant1 en geïntimeerden en of appellant2 als medepachter kan worden aangemerkt.
Het hof bevestigt dat appellant1 met zijn zoon appellant2 een landbouwloonbedrijf exploiteert dat bedrijfsmatige landbouw omvat, waaronder akkerbouwactiviteiten op circa 20-25 hectare grond. De pachtovereenkomst wordt vastgesteld met ingang van 1 januari 2001 voor zes jaar tegen een jaarlijkse pachtprijs van €2.881 voor percelen van geïntimeerde1 en €896 voor het perceel van geïntimeerde2.
De vordering om appellant2 als medepachter aan te merken wordt afgewezen omdat onvoldoende is gebleken dat hij voldoende waarborgen biedt voor een behoorlijke bedrijfsvoering. Zijn agrarische kennis en ervaring zijn niet aannemelijk gemaakt. Het hof bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Reguliere pachtovereenkomst vastgesteld, maar vordering tot medepachterschap zoon afgewezen wegens onvoldoende waarborgen.