ECLI:NL:GHARL:2023:9366

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 november 2023
Publicatiedatum
7 november 2023
Zaaknummer
Wahv 200.326.921
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beslissing kantonrechter inzake sanctiemaat en proceskostenvergoeding bij schending hoorplicht

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter Limburg, die het beroep tegen een sanctiebeslissing van de officier van justitie gegrond verklaarde en de sanctie matigde tot €271,50. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €100 toegekend vanwege schending van de hoorplicht, ondanks dat de betrokkene werd bijgestaan door een professioneel gemachtigde.

In hoger beroep betoogde de gemachtigde dat de sanctiemaat en de proceskostenvergoeding onjuist waren vastgesteld, verwijzend naar eerdere arresten van het hof. Het hof overwoog dat de kantonrechter niet had hoeven matigen wegens de schending van de hoorplicht en dat daardoor ook geen proceskostenvergoeding had behoeven te worden toegekend.

Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter vanwege het verbod van reformatio in peius en wees het verzoek om proceskostenvergoeding in hoger beroep af. De grondslag voor de hoogte van de proceskostenvergoeding werd daarom niet verder besproken.

De uitspraak werd gedaan in Leeuwarden op 7 november 2023, waarbij mr. Van Schuijlenburg als rechter het arrest wees.

Uitkomst: Het hof bevestigt de matiging van de sanctie en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding in hoger beroep af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.326.921/01
CJIB-nummer
: 249488572
Uitspraak d.d.
: 7 november 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 20 april 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd alsmede het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond verklaard en de bestreden beschikking gewijzigd in die zin dat het bedrag van de sanctie en de administratiekosten zal worden bepaald op € 271,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 100,-.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Hetgeen in hoger beroep door de gemachtigde van de betrokkene wordt aangevoerd, beperkt zich tot de grond inhoudende dat de beslissing van de kantonrechter, onder verwijzing naar de arresten van het hof van 30 maart 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:2770 en 17 april 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3248, dient te worden vernietigd. De gemachtigde verzoekt het hof om een juiste proceskostenvergoeding vast te stellen.
2. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden terwijl de betrokkene met een (professioneel) gemachtigde procedeerde. De kantonrechter heeft om die reden het bedrag van de sanctie gematigd met 25 procent. De kantonrechter heeft voorts een proceskostenvergoeding toegekend tot een bedrag van € 100,-.
3. Gelet op hetgeen het hof in de arresten van 22 november 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9934 en 17 augustus 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6930 heeft overwogen, had de kantonrechter in dit geval in de schending van de hoorplicht geen aanleiding behoeven te vinden om het bedrag van de sanctie te matigen en daarmee de betrokkene in het gelijk te stellen.
4. Dit betekent dat de kantonrechter geen proceskostenvergoeding had behoeven toe te kennen. Het hof zal daarom de aangevoerde grond die de hoogte van de toegekende proceskostenvergoeding betreft niet bespreken.
5. Met het oog op het verbod van reformatio in peius zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Gegeven deze beslissing zal het hof het verzoek om een proceskostenvergoeding in hoger beroep afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.