ECLI:NL:GHARL:2023:860
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in zaak aansprakelijkheid huurder voor brand door hennepkwekerij in bedrijfsruimte
In deze zaak gaat het om een geschil tussen de eigenaar van een bedrijfspand en de huurder over aansprakelijkheid voor schade door een brand die ontstond door een hennepkwekerij in het pand. De huurder had het pand sinds 2008 gehuurd en werd door de eigenaar aansprakelijk gesteld nadat de verzekeraar de schadevergoeding weigerde wegens illegale activiteiten.
De rechtbank had de huurder reeds aansprakelijk gesteld wegens toerekenbare tekortkoming op grond van de huurovereenkomst. Het hof bevestigt dit oordeel en baseert zich op het brandtechnisch onderzoek van OBEG, dat concludeerde dat de brand waarschijnlijk werd veroorzaakt door een elektrotechnisch mankement in de installatie van de hennepkwekerij. De huurder voerde tegenbewijs aan, maar het hof achtte de bevindingen van het OBEG-rapport en aanvullend bewijs, waaronder strafrechtelijke veroordeling van de huurder wegens medeplichtigheid aan hennepteelt, overtuigend.
Getuigenverklaringen die de aanwezigheid van een werkende hennepkwekerij betwistten, werden door het hof onvoldoende geacht om het bewijs te weerleggen. Het hof oordeelde dat de huurder aansprakelijk is op grond van artikel 6:74 BW Pro in verbinding met de huurovereenkomst, dan wel artikel 7:219 BW Pro indien derden de kwekerij hadden aangelegd.
Het hoger beroep wordt verworpen en de huurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het arrest bevestigt daarmee de eerdere vonnissen van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de huurder wordt aansprakelijk gehouden voor de brandschade en veroordeeld tot betaling van proceskosten.