Belanghebbende is geconfronteerd met een naheffingsaanslag accijns van €1.579.364 en belastingrente van €57.298 vanwege het voorhanden hebben van grote partijen sigaretten zonder accijnszegel. De rechtbank had de aanslag verminderd, maar het hof bevestigt deze aanslag na hoger beroep.
De zaak betreft drie vondsten van sigaretten in 2010, 2011 en 2012, waarbij belanghebbende betrokken was. Voor de zending van 2010 werd hij strafrechtelijk vrijgesproken omdat hij niet de feitelijke beschikkingsmacht had, maar het hof oordeelt dat hij toch als belastingplichtige kan worden aangemerkt vanwege zijn betrokkenheid bij het voorhanden hebben van de goederen. Voor de zending van 2012, waarbij sigaretten werden aangetroffen in een door belanghebbende gehuurde opslagloods, is vastgesteld dat hij de sigaretten fysiek in bezit had.
Het hof legt uit dat het begrip 'voorhanden hebben' in de accijnswetgeving en Europese richtlijn ruim wordt uitgelegd en dat betrokkenheid ook voldoende is om accijns te heffen. Belanghebbende's verklaringen en de feiten maken aannemelijk dat hij betrokken was bij het voorhanden hebben van de sigaretten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en belastingrente blijven in stand.