Uitspraak
1.JoBaRo Investments B.V.en
1.Coöperatieve Rabobank U.A.,
Cordonnier B.V.,
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
2.Wat voorafging
“feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit volgt dat er van een tegenstrijdig belang van de bestuurder ( [naam1] ) van zowel Cordonnier en Rodenbach als van Jobaro c.s. bij de besluitvorming omtrent het aangaan van de geldleningsovereenkomst tussen Cordonnier en Rodenbach als schuldenaren en Jobaro c.s. als schuldeisers geen sprake was”. Bij vonnis van 15 december 2021 heeft de rechtbank JoBaRo c.s. toegestaan om tussentijds hoger beroep in te stellen van dat tussenvonnis (tussen JoBaRo c.s. en de curator).
3.Het oordeel van het hof
“nu summierlijk de juistheid daarvan is gebleken”lijkt ex parte gegeven, zonder dat aan JoBaRo c.s. en de geëxecuteerde schuldenaren Cordonnier c.s. de gelegenheid is geboden zich daarover uit te laten. De stempelverklaring kwam bovendien pas na de transport- en betaaldag van de kooprijs (5 december 2019) bij de notaris binnen. En de notaris heeft de overige gerechtigden op de executieopbrengst niet vóór zijn uitbetaling aan Rabobank van 17 december 2019 geïnformeerd over de verklaring van Rabobank. Daardoor werd de weg van artikel 3:270 lid 4 BW Pro voor JoBaRo c.s. noch voor andere rechthebbende(n) geopend: