In deze civiele zaak staat een burengeschil centraal tussen [appellanten] en Agarica Beheer B.V. over de vraag of een strook grond door verkrijgende verjaring eigendom van [appellanten] is geworden. Daarnaast vorderden [appellanten] maatregelen tegen geluidsoverlast en onderhoud van een aarden wal. Het hof oordeelt dat de eisvermeerdering in hoger beroep deels niet toelaatbaar is wegens strijd met de goede procesorde, met name de geluidshinder.
De kern van het geschil betreft de strook grond gelegen tussen de kadastrale grens en de aarden wal. [appellanten] stelden eigenaar te zijn geworden door verjaring, maar het hof volgt dit niet. Door het interversieverbod en het feit dat zij de grond slechts met toestemming van Agarica gebruikten, zijn zij houder en geen bezitter. Er is geen handeling of tegenspraak geweest die dit heeft veranderd. De vordering tot eigendomsoverdracht wordt daarom afgewezen.
Ook de vordering tot verwijdering of onderhoud van de aarden wal wordt afgewezen. Het hof stelt dat buren enige hinder moeten dulden en dat de wal niet onrechtmatig is, mede gezien de afspraken uit 1995 en het ontbreken van bewijs van vervuilde grond. De geluidshinderclaims en schadevergoeding wegens gederfd woongenot worden niet toegelaten wegens nieuwe feiten en lopende publiekrechtelijke procedures.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt [appellanten] tot betaling van de proceskosten van Agarica. Het hoger beroep wordt afgewezen.