Belanghebbende B.V. heeft een naheffingsaanslag BPM ontvangen van € 8.459 voor een gebruikte Volvo XC60 die oorspronkelijk voor de Amerikaanse markt bestemd was. De inspecteur baseerde de naheffing op een hogere handelsinkoopwaarde dan belanghebbende had opgegeven, waarbij het verschil mede werd veroorzaakt door een discussie over de waardevermindering wegens schadeverleden.
De rechtbank had de naheffingsaanslag verminderd tot € 5.115 en de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Belanghebbende stelde dat de auto een grote waardevermindering moest krijgen vanwege een 'salvage title' in de VS, wat de inspecteur betwistte.
Het hof oordeelt dat een schadeverleden weliswaar waardedrukkend kan zijn, maar dat dit niet zonder meer geldt en dat belanghebbende de bewijslast draagt om dit aannemelijk te maken. Het taxatierapport van belanghebbende hield al rekening met het schadeverleden, zodat een extra aftrek van € 15.000 niet gerechtvaardigd is. Het hof vernietigt het oordeel van de rechtbank over de proceskostenvergoeding en past deze aan op basis van de nieuwe ministeriële regeling en het arrest van de Hoge Raad.
De inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op € 3.940, en moet het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak is gedaan door het hof Arnhem-Leeuwarden op 9 mei 2023.