ECLI:NL:GHARL:2023:379
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen onrechtmatige beëindiging duurovereenkomst en toewijzing betaling openstaande facturen
Partijen, Mepco B.V. en BN International B.V. (BNI), hadden een langdurige handelsrelatie die als een duurovereenkomst werd aangemerkt, maar deze was nooit schriftelijk vastgelegd. BNI leverde goederen aan Mepco, die deze doorleverde aan klanten in het Midden-Oosten en Afrika. Er ontstond een geschil over openstaande facturen uit 2017-2019, waarna de samenwerking werd stilgelegd. BNI vorderde betaling van de openstaande facturen, terwijl Mepco een schadevergoeding eiste wegens onrechtmatige beëindiging van de duurovereenkomst.
De rechtbank wees de vordering van BNI toe voor een bedrag van €135.000 en wees de vorderingen van Mepco af. In hoger beroep vorderde BNI een hoger bedrag van €178.938,60. Het hof oordeelde dat BNI bevoegd was om de vordering te innen namens de bank die de facturen had verpand. De facturen waren onbetwist en betalingen van Mepco waren grotendeels verwerkt. Mepco kon niet concreet aantonen dat betalingen onjuist waren verwerkt of dat er verrekening mogelijk was.
Verder stelde Mepco dat er afspraken waren over exclusiviteit, commissie en levering van kilogoederen, maar het hof vond dat deze niet concreet of voldoende onderbouwd waren. BNI mocht haar beleid aanpassen vanwege financiering en verzekeringsredenen, waaronder het aanscherpen van betalingstermijnen en het niet accepteren van nieuwe orders zolang het openstaande saldo niet was ingelopen. Dit was geen onrechtmatige beëindiging.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, vernietigde het deel over het lagere bedrag en veroordeelde Mepco tot betaling van €178.938,60 met handelsrente en proceskosten. De veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Mepco wordt veroordeeld tot betaling van €178.938,60 met wettelijke handelsrente en proceskosten aan BNI.