Uitspraak
[appellant]te noemen
VvEte noemen
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter waarin de Vereniging van Eigenaars (VvE) werd toegewezen tot betaling van achterstallige servicekosten. Hoewel de appeldagvaarding aanvankelijk op een onjuist adres en met een foutieve naam van de VvE was betekend, oordeelt het hof dat het hoger beroep ontvankelijk is omdat de gebreken tijdig zijn hersteld en de VvE niet onredelijk in haar belangen is geschaad.
De kern van het geschil betreft de betaling van servicekosten voor een appartement en een parkeerplaats. Appellant betwist de vordering deels, onder meer door te stellen dat een betaling ten onrechte op een ander dossier is geboekt en dat de kosten voor waterverbruik te hoog zijn. Het hof oordeelt dat appellant de bewijslast draagt voor zijn stellingen en dat hij niet voldoende heeft onderbouwd dat hij meer heeft betaald dan de specificatie vermeldt. Ook is geen opschortingsrecht vastgesteld.
Verder wijst het hof het beroep van appellant af dat de benoeming van de administrateur van de VvE niet correct zou zijn verlopen, omdat een vernietigingsprocedure volgens artikel 5:130 BW Pro niet is gevolgd. De tegenvorderingen van appellant worden eveneens afgewezen, onder meer omdat deze niet tegen de juiste partij zijn gericht.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter, veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep en verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Het hoger beroep slaagt niet.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ontvankelijk en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter waarbij de vordering van de VvE tot betaling van achterstallige servicekosten wordt toegewezen.