Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
de raad voor de kinderbescherming(de raad),
regio Noord-Nederland, locatie Groningen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vader verzoekt om een omgangsregeling met zijn in 2018 geboren kind, dat bij de moeder woont. Na eerdere strafrechtelijke veroordelingen en een contact- en locatieverbod is het gezamenlijk gezag beëindigd en heeft de rechtbank het omgangsverzoek afgewezen.
In hoger beroep betoogt de vader dat zijn situatie is verbeterd en hij omgang wil onder begeleiding. De moeder voert aan dat de vader zijn problematiek niet erkent, een borderline persoonlijkheidsstoornis heeft met antisociale trekken en een bedreiging vormt voor haar en het kind.
Het hof oordeelt dat de positieve ontwikkelingen bij de vader pril zijn en onvoldoende aan de gedragsproblematiek is gewerkt. Het contact- en locatieverbod geldt nog tot juli 2023. Het hof acht omgang op dit moment in strijd met het belang van het kind en wijst het verzoek af. Het incidenteel verzoek van de moeder om omgang te ontzeggen wordt niet-ontvankelijk verklaard.
De proceskosten worden gecompenseerd. Het hof benadrukt het belang van een zorgvuldig traject voor contactherstel, waarbij het welzijn van het kind voorop staat.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader tot omgang met zijn kind af en verklaart het incidenteel verzoek van de moeder niet-ontvankelijk.