ECLI:NL:GHARL:2022:11123
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- De Witt
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sanctie verhuurmaatschappij voor hinderlijk geparkeerde scooter na verhuurperiode
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van een verhuurmaatschappij tegen een sanctie opgelegd wegens het hinderlijk parkeren van een scooter op 2 februari 2021 in ’s-Gravenhage. De sanctie van €100 werd aan de verhuurmaatschappij opgelegd omdat het voertuig op dat moment op de naam van de betrokkene stond geregistreerd. De betrokkene voerde aan dat de scooter ten tijde van de gedraging verhuurd was en dat op grond van artikel 8 van Pro de Wahv de sanctie aan de huurder zou moeten worden opgelegd.
De discussie draaide om de interpretatie van het begrip “ten tijde van de gedraging” in artikel 8 van Pro de Wahv. De betrokkene stelde dat dit het moment is waarop het voertuig werd geplaatst en niet het moment van constatering. Het hof oordeelde dat volgens vaste jurisprudentie het tijdstip van vaststelling door de ambtenaar bepalend is, ook als het voertuig niet is verplaatst sinds het plaatsen.
De huurovereenkomst eindigde ruim twee uur vóór de constatering van de overtreding, waardoor de sanctie terecht aan de verhuurmaatschappij werd opgelegd. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De sanctie van €100 wordt bevestigd aan de verhuurmaatschappij omdat de overtreding na afloop van de huurovereenkomst werd vastgesteld.