Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
Beslissing van de zestiende enkelvoudige belastingkamer
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende een hoger beroep inzake BPM-heffing heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden besloten gemachtigde [B] en diens bedrijf [A] B.V. te weigeren als bijstandsverlener. Deze beslissing volgt op herhaalde waarschuwingen vanwege het stelselmatig gebruik van onbetamelijk, grievend en krenkend taalgebruik in processtukken, dat de doelmatige behandeling van het geschil ernstig bemoeilijkt en het gezag van de rechtspraak schaadt.
Het Hof heeft vastgesteld dat ondanks meerdere waarschuwingen en mogelijkheden tot herstel, [B] volhardt in het gebruik van beledigende en onnodig grievende uitingen, onder meer gericht tegen rechterlijke functionarissen, de Hoge Raad en de rechtsstaat. Dit taalgebruik bemoeilijkt niet alleen de procedure, maar belemmert ook de wederpartij in haar mogelijkheid tot reageren.
Het Hof overweegt dat het recht op bijstand en vertegenwoordiging niet wordt ontzegd, maar dat het weigeren van deze specifieke gemachtigde een legitiem middel is om de normale gang van zaken in de procedure te waarborgen. Belanghebbende wordt in de gelegenheid gesteld een andere gemachtigde aan te wijzen. Tegen deze tussenuitspraak staat geen zelfstandig rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het Hof weigert gemachtigde [B] en [A] B.V. als bijstandverlener wegens onbetamelijk taalgebruik en stelt belanghebbende in de gelegenheid een andere gemachtigde aan te wijzen.