Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland waarin verdachte was veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van poging tot moord. Het hof vernietigde het vonnis en sprak verdachte vrij omdat de betrokkenheid niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld.
De zaak draaide om een schietincident op 3 december 2018 in Utrecht waarbij het slachtoffer werd beschoten vanuit een zwarte Volkswagen Transporter. Verdachte werd herkend op camerabeelden en via getuigenverklaringen, maar het hof stelde dat de herkenningen onvoldoende betrouwbaar waren door sturingsinformatie en gebrek aan direct bewijs zoals DNA of camerabeelden van het schietmoment zelf. Verdachte had bovendien een sluitend alibi.
Daarnaast oordeelde het hof dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk was in het hoger beroep vanwege het ontbreken van een rechtsgeldige, ondertekende bijzondere volmacht bij het instellen van het hoger beroep. De vermeende afspraak tijdens coronamaatregelen om een e-mail zonder handtekening te accepteren was niet bekend bij advocatuur en was niet van toepassing in deze situatie.
Het hof concludeerde dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte het tenlastegelegde had begaan en sprak hem vrij. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd verwezen voor een nieuwe beoordeling, waarbij het hof het OM niet-ontvankelijk verklaarde in het hoger beroep.