ECLI:NL:GHARL:2021:10672
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Sekeris
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing officier van justitie inzake administratief beroep en dwangsomverzoek
De betrokkene kreeg bij beschikking een sanctie van €230 opgelegd en tekende administratief beroep aan bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde hij beroep in bij de kantonrechter, die dit ongegrond verklaarde ondanks overschrijding van de redelijke termijn. De betrokkene stelde dat zijn beroepschrift tevens een verzoek om heroverweging inhield, en dat het uitblijven van een beslissing daarop een dwangsomrechtvaardigde.
Het hof oordeelt dat een verzoek om heroverweging aan de officier van justitie geen aanvraag in de zin van artikel 4:17 Awb Pro is, omdat de Wahv niet voorziet in een verzoekrecht voor betrokkene. Hierdoor is de kantonrechter onbevoegd om te beslissen over het beroep tegen het uitblijven van een beslissing en het dwangsomverzoek.
Het hof vernietigt daarom het deel van de beslissing van de kantonrechter dat niet op het dwangsomberoep besliste en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. De beslissing van de kantonrechter over het administratief beroep blijft in stand.
De zaak verduidelijkt de reikwijdte van de dwangsomregeling en het onderscheid tussen ambtshalve bevoegdheden van de officier van justitie en aanvragen van belanghebbenden in bestuursrechtelijke zin.
Uitkomst: Het hof bevestigt de afwijzing van het administratief beroep, vernietigt de beslissing over het dwangsomverzoek en verklaart de rechtbank onbevoegd voor het dwangsomberoep.