ECLI:NL:GHARL:2020:3891
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen beslissing officier van justitie inzake Wahv-sanctie en proceskostenvergoeding
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep vernietigde wegens schending van de hoorplicht. De gemachtigde voerde aan dat de officier van justitie nog niet op het beroep had beslist, omdat de motivering pas na de kantonrechterlijke beslissing werd toegezonden.
Het hof stelde vast dat de beslissing van de officier van justitie wel was genomen op 27 mei 2016, maar niet op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt, doordat de motivering niet tijdig en aantoonbaar was toegezonden. Dit gebrek betrof alleen de bekendmaking, niet het bestaan van de beslissing zelf.
Verder voerde de gemachtigde verweer tegen de opgelegde sanctie van €130 wegens het ontbreken van een keuringsbewijs voor een motorrijtuig, onder verwijzing naar eerdere jurisprudentie over matiging van sancties. Het hof zag echter geen aanleiding tot matiging, mede omdat het openbaar ministerie geen beleid voert ter zake en de advocaat-generaal geen wijziging van de sanctie had voorgesteld.
Ten slotte werd het verzoek om proceskostenvergoeding in hoger beroep afgewezen, conform eerdere jurisprudentie. Het arrest bevestigt daarmee de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om kostenvergoeding af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de vernietiging van de beslissing van de officier van justitie wegens onjuiste bekendmaking en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.