Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
20.[X] , 0557: zie nummer 19.”
5.3. Kampeerauto's
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, kreeg een naheffingsaanslag BPM opgelegd voor een gebruikte kampeerauto. De Inspecteur had een reële waardevermindering toegepast bij de vaststelling van de aanslag. Belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep tegen de aanslag, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel was geschonden omdat zij niet voorafgaand aan de naheffingsaanslag was gehoord. Het hof oordeelde dat er geen verplichting bestaat voor de Inspecteur om belanghebbende expliciet uit te nodigen voor een gesprek en dat het verdedigingsbeginsel niet verder reikt dan het kunnen reageren op het voornemen van de Inspecteur.
Verder werd betwist dat de waardevermindering correct was toegepast. Het hof volgde de rechtbank en het arrest van de Hoge Raad, die een reële waardevermindering aannamen. Het hof zag geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Ook werden geen rente of proceskosten toegekend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag BPM bevestigd.