Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere motivering van de beslissing in hoger beroep
psychiatrisch onderzoekblijkt het navolgende:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de toekenning van immateriële schadevergoeding wegens shockschade centraal. De minderjarige [T.], die op zevenjarige leeftijd zijn moeder dood aantrof na een moord door haar ex-partner, heeft sindsdien een posttraumatische stressstoornis (PTSS) ontwikkeld. Daarnaast is vastgesteld dat hij een autismespectrumstoornis heeft, wat zijn verwerking van het trauma bemoeilijkt.
Het hof baseerde zich op een deskundigenrapport van twee psychiaters en een GZ-psycholoog, waarin uitgebreid werd beschreven dat [T.] ernstige emotionele en sociale beperkingen vertoont, zoals teruggetrokken gedrag, woedeaanvallen en een beperkte emotieregulatie. De combinatie van PTSS en autismespectrumstoornis leidt tot een gecompliceerde rouwverwerking en stagnatie in zijn ontwikkeling.
Het hof bevestigde het beginsel dat de dader het slachtoffer moet nemen zoals hij is en oordeelde dat de toegewezen immateriële schadevergoeding van € 40.000,- passend is. De grieven van appellant tegen het vonnis van de rechtbank werden verworpen. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten en de kosten van het deskundigenbericht.
Uitkomst: Het hof bevestigt de toekenning van € 40.000,- immateriële schadevergoeding aan de minderjarige met autismespectrumstoornis en PTSS na het traumatisch aantreffen van zijn moeder.