ECLI:NL:GHARL:2019:8225
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vordering terugbetaling geldlening wegens vermeende dwaling over volstorting aandelen
In deze civiele zaak stond de terugbetaling van een geldlening centraal, waarbij appellant stelde dat hij bij het aangaan van de lening had gedwaald over de volstorting van aandelen in een vennootschap die failliet was verklaard. De leningsovereenkomst zou deels betrekking hebben op de aankoop van deze aandelen. Het hof onderzocht of de aandelen daadwerkelijk niet volgestort waren en of de leningsovereenkomst daarmee vernietigbaar was.
Het hof concludeerde dat de bankverklaring en saldo-informatie van de SNS bank voldoende bewijs leverden dat de aandelen wel waren volgestort. De appellant had onvoldoende gemotiveerd betwist dat het saldo op de bankrekening van de vennootschap op de datum van de bankverklaring hoger was dan € 18.000. Daarnaast was de leningsovereenkomst niet specifiek aangegaan voor de aankoop van de aandelen, wat ook door de notaris werd bevestigd.
Verder voerde appellant aan dat een deel van de lening al was terugbetaald, maar ook dit verweer werd niet voldoende onderbouwd. Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd om zijn stellingen te ondersteunen en dat de bestreden vonnissen van de rechtbank Gelderland bekrachtigd moesten worden. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af wegens onvoldoende onderbouwing van dwaling en terugbetaling geldlening.