Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Utrecht(hierna: de Inspecteur)
[Z](hierna: belanghebbende)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
Opgaaf Startende onderneminginvullen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een zelfstandig psycholoog, betaalde omzetbelasting over de jaren 2013 en 2014 na wijziging van de wetgeving die vrijstelling uitsloot. Hij diende bezwaar in tegen de aanslagen, maar de Inspecteur verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De rechtbank oordeelde anders en kende teruggaaf toe.
De Inspecteur ging in hoger beroep. Het hof stelde vast dat belanghebbende te laat bezwaar maakte omdat hij niet begreep dat tegen elke afzonderlijke aangifte binnen zes weken bezwaar moest worden gemaakt. Hoewel de Inspecteur dit misverstand niet kende, kwam dit voor rekening van belanghebbende.
De Hoge Raad heeft bepaald dat een ondernemer die bedrijfsmatig handelt geacht wordt te weten dat bezwaar binnen zes weken moet worden ingediend. Na een brief van de Inspecteur in april 2017 was belanghebbende op de hoogte van de regels, maar diende pas in juli 2017 bezwaar in, te laat volgens het hof.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. De Inspecteur heeft de bezwaren terecht niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaar tegen omzetbelasting.