ECLI:NL:GHARL:2019:291
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens schending klachtplicht en geen beroepsfout advocaat
Appellant, voormalig werknemer van Flora Holland, stelde zijn advocaat aansprakelijk voor pensioenschade door een vermeende beroepsfout bij het ontbindingsverzoek van zijn arbeidsovereenkomst. Hij vorderde vergoeding van het verschil in pensioenopbouw bij een hogere arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank wees de vordering af wegens schending van de klachtplicht (art. 6:89 BW Pro) en het ontbreken van een beroepsfout. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet tijdig had geklaagd en dat de advocaat wel een fout had gemaakt door hem niet te informeren over de gevolgen van arbeidsongeschiktheid voor de pensioenopbouw.
Het hof oordeelde dat appellant na ontvangst van het pensioenoverzicht in 2012 voldoende gelegenheid had om de schade te ontdekken en tijdig te klagen, maar dit niet deed. Verder was de kans op een hogere arbeidsongeschiktheid bij het ontbindingsverzoek niet zodanig waarschijnlijk dat de advocaat verplicht was hierover te informeren. De grieven faalden en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: De vordering van appellant wegens beroepsaansprakelijkheid wordt afgewezen wegens schending van de klachtplicht en het ontbreken van een beroepsfout.