ECLI:NL:GHARL:2018:8915
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over tussentijdse beëindiging van opleidingsovereenkomst en toetsing oneerlijk beding
De zaak betreft een hoger beroep van een studente die tussentijds haar opleiding bij een hogeschool beëindigde en vernietiging van de opleidingsovereenkomst wegens dwaling vorderde, alsmede betaling van reeds voldaan collegegeld en schadevergoeding. De hogeschool vorderde het resterende collegegeld.
Het hof bevestigt dat de studente onvoldoende heeft gesteld om te concluderen dat zij bij het aangaan van de overeenkomst een onjuiste voorstelling van zaken had, waardoor het beroep op dwaling faalt. Ook het beroep op onrechtmatige daad wordt verworpen, omdat de hogeschool zorgvuldig heeft gehandeld en de studente zelf de indruk wekte dat haar buitenlandse diploma gelijkwaardig was aan een Nederlands HBO-diploma.
Het hof toetst ambtshalve het beding in de algemene voorwaarden dat bij annulering na aanvang van het contactonderwijs het volledige collegegeld verschuldigd is, aan de Europese richtlijn inzake oneerlijke bedingen. Het hof nodigt partijen uit zich hierover uit te laten en stelt de zaak aan voor verdere beslissing, met het oog op mogelijke schikking.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor nadere uitlatingen van partijen over de oneerlijkheid van het beding en verdere beslissing.