Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2018:8139

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 september 2018
Publicatiedatum
11 september 2018
Zaaknummer
200.235.481
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over wederzijdse ontslagvorderingen als medepachters en pachtovereenkomst

In deze civiele zaak vorderen broers over en weer hun ontslag als medepachter. In eerste aanleg zijn vonnissen gewezen door de pachtkamer van de rechtbank Gelderland. Het hoger beroep betreft de vordering van de geïntimeerde tot ontslag uit de pacht en schriftelijke vastlegging van een reguliere pachtovereenkomst, terwijl in reconventie het waterschap en de geïntimeerde eveneens vorderingen doen tot ontbinding van de pachtovereenkomst met de appellant.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 11 september 2018 een comparitie gelast waarbij partijen en het waterschap worden opgeroepen om inlichtingen te verstrekken en te onderzoeken of een minnelijke schikking mogelijk is. Tevens zijn partijen opgedragen om relevante stukken, zoals opgaven van gewaspercelen en boekhoudrapporten over de afgelopen jaren, aan te leveren.

De comparitie is gepland op 29 november 2018 te Arnhem, waarbij advocaten elk maximaal tien minuten krijgen om het standpunt van hun cliënt toe te lichten. Verdere proceshandelingen of producties dienen uiterlijk twee weken voor de zitting te worden ingediend. Het hof houdt verdere beslissingen aan totdat na de comparitie meer duidelijkheid is verkregen.

Het arrest is gewezen door drie rechters en twee deskundige leden en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2018. De zaak betreft een complexe pachtkwestie waarbij meerdere partijen betrokken zijn en waarbij het hof streeft naar een zorgvuldige informatievergaring en mogelijke minnelijke regeling.

Uitkomst: Het hof gelast een comparitie van partijen en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.235.481
(zaaknummer rechtbank Gelderland 5827972)
arrest van de pachtkamer van 11 september 2018
in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats] , gemeente [naam gemeente] ,
appellant,
in eerste aanleg: eiser in conventie en verweerder in beide zaken in reconventie,
hierna: [appellant] ,
advocaat: mr. J.P. de Man,
tegen:

1.[geïntimeerde]

wonende te [woonplaats] , gemeente [naam gemeente] ,
hierna: [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. G. de Gelder,
2. de publiekrechtelijke rechtspersoon
Waterschap Rivierenland,
gevestigd te [kantoorplaats] ,
hierna: het waterschap,
advocaat: mr. G.W.J. Van Dijke,
geïntimeerden,
in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in reconventie.

1.Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 26 april 2017 en 31 januari 2018 die de pachtkamer te Zutphen (rechtbank Gelderland) heeft gewezen.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 26 februari 2018,
- de memorie van grieven tevens akte wijzen van eis,
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] ,
- de memorie van antwoord van het waterschap.

3.De beoordeling in hoger beroep

3.1
De zaak betreft kort samengevat de vordering in conventie tot ontslag uit de pacht van [geïntimeerde] en schriftelijke vastlegging van een reguliere pachtovereenkomst. In reconventie heeft [geïntimeerde] ontslag van [appellant] uit de pacht gevorderd. Het waterschap heeft in reconventie gevorderd het reguliere pachtcontract op naam van de pachter [geïntimeerde] te stellen die voldoet aan de wettelijke criteria voor pacht en ontbinding van de met [appellant] gesloten pachtovereenkomst met betrekking tot twee percelen. Het hof zal een comparitie van partijen gelasten voor het verkrijgen van inlichtingen en het beproeven van een minnelijke schikking.
3.2
[appellant] zal voorafgaand aan de zitting een kopie van het procesdossier dienen over te leggen als na te melden.
3.3
Het hof zal [appellant] en [geïntimeerde] verzoeken om over te leggen, voor zover deze stukken niet al zijn overgelegd:
- de opgave gewaspercelen behorende tot de gecombineerde opgave over de jaren 2016, 2017 en 2018;
- de boekhoudrapporten van de eigen onderneming over de laatste drie jaren.
3.4
Indien een partij bij gelegenheid van de comparitie van partijen nog een proceshandeling wenst te verrichten of producties in het geding wenst te brengen, dient deze partij ervoor te zorgen dat het hof en de wederpartij uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting een afschrift van de te verrichten proceshandeling of de in het geding te brengen producties hebben ontvangen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4.De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:
bepaalt dat partijen, [appellant] en [geïntimeerde] in persoon en het waterschap vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het geven van de verlangde inlichtingen in staat is en hetzij bevoegd hetzij speciaal schriftelijk gemachtigd is tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun advocaten zullen verschijnen voor het hof dat daartoe zitting zal houden in het paleis van justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op
29 november 2018 om 11.30 uur, om inlichtingen te geven vermeld en opdat kan worden onderzocht of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden;
bepaalt dat indien (één van) partijen verhinderd is/zijn op voormelde zittingsdag, een nieuwe zittingsdatum wordt gepland, mist de partij die om een andere datum verzoekt binnen 14 dagen na het wijzen van dit arrest door middel van een H7 formulier de verhinderdata van beide partijen doorgeeft over de periode februari – april 2019;
bepaalt dat advocaten bij deze comparitie elk gedurende maximaal 10 minuten, aan de hand van maximaal 2 A4’tjes spreeknotities, het standpunt van partijen mogen toelichten;
draagt [appellant] op om binnen vier weken na heden het volledige procesdossier in kopie
in zesvoudaan het hof over te leggen;
draagt [appellant] en [geïntimeerde] op om uiterlijk twee weken voor de zitting aan het hof en de wederpartij te doen toekomen, wat betreft de voor het hof bestemde stukken in zesvoud:
- de opgave gewaspercelen behorende tot de gecombineerde opgave over de jaren 2016, 2017 en 2018;
- de boekhoudrapporten van de eigen onderneming over de laatste drie jaren;
bepaalt dat indien een partij bij gelegenheid van de comparitie van partijen nog een proces-handeling wenst te verrichten of producties in het geding wenst te brengen, deze partij ervoor dient te zorgen dat het hof en de wederpartij uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting een afschrift van de te verrichten proceshandeling of de in het geding te brengen producties hebben ontvangen;
houdt verder iedere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. Th.C.M. Willemse, L.M. Croes en B.H.J. Hofstee en de deskundige leden mr. ing. H.J. Vinke en ir. J.H. Jurrius en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 11 september 2018.