Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Almelo(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
1.237.
1.267.
1.338.
1.310.
625.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is een medewerker bij een verzekeringskantoor die tegen betaling aangiften inkomstenbelasting voor derden invulde. De FIOD voerde een strafrechtelijk onderzoek uit waarbij administratieve bescheiden en een computer met duizenden aangiftebestanden werden in beslag genomen. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op wegens niet aangegeven omzet uit deze werkzaamheden.
De rechtbank Gelderland had het beroep van belanghebbende deels gegrond verklaard en de naheffingsaanslag verminderd. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Het Hof onderzocht onder meer de vraag of het oproepen van getuigen zinvol was, de inbreng van het FIOD-dossier, de rechtmatigheid van het gebruik van strafrechtelijke gegevens, de schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en het ondernemerschap voor de omzetbelasting.
Het Hof oordeelde dat het oproepen van 67 getuigen niet zinvol was en dat belanghebbende voldoende bewijs had geleverd met schriftelijke verklaringen. De Inspecteur had voldaan aan zijn verplichtingen omtrent het inbrengen van stukken. Er was geen bewijs dat de Inspecteur zonder toestemming van de Officier van Justitie gegevens gebruikte. De naheffingsaanslag was niet onzorgvuldig vastgesteld en belanghebbende verrichtte zelfstandig economische activiteiten als ondernemer voor de omzetbelasting. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting en verklaart het hoger beroep ongegrond.