Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
“Hoofdstuk I
“
Wat is de Koopstudio Lastendemper (KLD)?
alleenterug als je de studio met winst verkoopt. Deze winst wordt door Koopstudio gebruikt om een nieuwe KLD te creëren voor de nieuwe koper. Als er geen winst is bij doorverkoop, dan hoeft de lasten ook niet terugbetaald te worden.
Daarnaast zijn [appellant] en Koopstudio een overeenkomst aangegaan ter verkrijging van de Koopstudio Belastingdemper (KBD). De KBD hield in dat [appellant] gedurende een periode van drie jaar maandelijks een bedrag van € 219,- zou ontvangen als voorschot op een later te ontvangen teruggave van belasting. Dit voorschot zou [appellant] moeten terugbetalen bij verkoop van het lidmaatschapsrecht.
3.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
4.De beoordeling van de beslissing in hoger beroep
(markt-)waarde van het hypothecair te verbinden registergoed (waarvan hier hooguit indirect sprake was), maar dit betekent nog niet dat Quarz niet mocht afgaan op het door een gecertificeerd taxateur o.g. opgesteld taxatierapport, ook al was het opgesteld zonder vergelijking met niet-Koopstudio lidmaatschapsrechten (bijvoorbeeld appartementsrechten) en in opdracht van verkoper Koopstudio, welke beide laatste gegevens ook aan [appellant] uit de hypotheekstukken van Rabobank bekend konden zijn. [appellant] heeft aangevoerd dat een contra taxatie van zijn studio uitkwam op € 45.000,- en dat de prijs van zijn studio van
€ 7.045,- per vierkante meter veel hoger was dan de gemiddelde prijs in Nijmegen en omgeving voor appartementen, beneden- en bovenwoningen van € 2.252,- per vierkante meter, maar gesteld noch gebleken is dat het Quarz, die op dit punt niet zonder meer tot een zelfstandig onderzoek was gehouden, niet had kunnen ontgaan dat de prijs van € 155.000,- voor deze studio niet reëel meer was. Om die reden was zij evenmin gehouden om [appellant] (zeer dringend) te adviseren een onafhankelijke taxatie te laten uitvoeren. [appellant] . Hij had zich ook zelf de vraag kunnen stellen of “zijn” studio wel zoveel waard was. Grief 6 treft dus geen doel.
5.De slotsom
5.2 Als de in overwegende mate in het ongelijk te stellen partij zal het hof Quarz in de kosten van beide instanties veroordelen. De kosten voor de procedure in eerste aanleg in de hoofdzaak aan de zijde van [appellant] zullen worden vastgesteld op:
- explootkosten € 93,80
- griffierecht
€ 282,-totaal verschotten € 375,80
- salaris advocaat € 904,- (2 punten x tarief II).
De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van [appellant] zullen worden vastgesteld op:
- explootkosten € 94,19
- griffierecht
€ 311,-totaal verschotten € 405,19
- salaris advocaat € 2.148,- (2 punten x appeltarief II).
5.3 Als niet weersproken zal het hof ook de gevorderde nakosten met de wettelijke rente over alle kosten toewijzen zoals hierna vermeld.