In deze zaak staat de geldigheid van een concurrentiebeding centraal dat is overeengekomen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussen Tema Process B.V. en [geïntimeerde1]. De arbeidsovereenkomst is meerdere malen verlengd, waarbij de eerste verlenging schriftelijk en voor dezelfde duur was, maar de daaropvolgende verlengingen niet schriftelijk werden bevestigd en voor kortere termijnen waren.
De kantonrechter oordeelde dat het concurrentiebeding alleen geldt voor de eerste twee overeenkomsten, omdat bij de latere verlengingen niet aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan. Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat het concurrentiebeding geldt voor de arbeidsovereenkomst waarvoor het is gesloten. Bij een stilzwijgende voortzetting op dezelfde voorwaarden is geen nieuwe schriftelijke overeenkomst nodig, maar bij een wijziging in duur of voorwaarden wel.
Omdat de latere verlengingen niet schriftelijk zijn overeengekomen en de duur korter was, is het concurrentiebeding na 30 april 2014 niet meer van kracht. [geïntimeerde1] trad pas op 1 mei 2016 in dienst bij een concurrent, nadat het beding was geëindigd. Tema's grieven worden afgewezen en het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter, waarbij Tema wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.