Uitspraak
[appellant],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde1],
[geïntimeerde2] ,
[geïntimeerde2],
[geïntimeerden] c.s.,
1.Het geding in hoger beroep
2.De beoordeling
5 december 2017voor memorie van antwoord.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat de verdeling van de nalatenschap van moeder centraal, waarbij appellant en geïntimeerden broers zijn. Appellant vordert inzage in de administratie van moeder en een definitieve verdeling van de nalatenschap van moeder en vader. In eerste aanleg werd reeds een deel van de nalatenschap verdeeld, maar appellant wijzigde zijn eis in hoger beroep en voegde concrete bedragen toe.
Geïntimeerden verzetten zich tegen deze eiswijziging, stellende dat appellant afstand heeft gedaan van zijn recht op inzage en dat de nieuwe vordering de verdediging bemoeilijkt vanwege het complexe feitencomplex en het overlijden van hun accountant en advocaat. De rolraadsheer beoordeelt de eiswijziging aan de hand van de wettelijke regels en jurisprudentie omtrent eiswijziging in hoger beroep.
Het hof concludeert dat de eiswijziging tijdig is ingediend, geen onredelijke vertraging veroorzaakt, en geen ontoelaatbare uitbreiding van het partijdebat inhoudt. Ook wordt de verdediging van geïntimeerden niet onredelijk bemoeilijkt. De rolraadsheer wijst het verzet tegen de eiswijziging af en verwijst de zaak naar de rol voor verdere behandeling. Er wordt een ruimere termijn toegekend aan geïntimeerden voor het indienen van hun memorie van antwoord.
Uitkomst: De eiswijziging van appellant in hoger beroep is toelaatbaar en het verzet van geïntimeerden wordt verworpen.