Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Na ontbinding van het huwelijk tussen partijen zijn alimentatieverplichtingen vastgesteld voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige en de kosten van levensonderhoud en studie van de meerderjarige zoon, alsmede partneralimentatie voor de vrouw. De rechtbank had bedragen vastgesteld, waartegen de man in hoger beroep ging met name over de ingangsdatum en hoogte van de alimentaties.
Het hof heeft de ingangsdatum van de kinderalimentatie en de bijdrage voor de meerderjarige zoon vastgesteld op 1 november 2015, waarbij de behoefte van de kinderen niet ter discussie stond. De draagkracht van de man werd beoordeeld met correcties op fiscale bijtelling en premies, waarbij rekening werd gehouden met de zorgkorting voor de minderjarige.
Voor de partneralimentatie stelde het hof de behoefte van de vrouw vast op € 2.657,- per maand, waarbij de vrouw niet volledig in haar behoefte kan voorzien vanwege beperkte arbeidsmogelijkheden en gezondheidsproblemen. De draagkracht van de man werd vastgesteld op een bedrag dat een partneralimentatie van € 90,- per maand rechtvaardigt vanaf 24 mei 2016.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het de alimentatie betreft en bepaalde nieuwe bedragen, waarbij de alimentatiebetalingen telkens bij vooruitbetaling dienen te worden voldaan. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof heeft de alimentatiebedragen aangepast en de partneralimentatie verlaagd naar € 90,- per maand vanaf 24 mei 2016, met bevestiging van kinderalimentatie vanaf 1 november 2015.