Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling van de grieven en de vordering
€ 15.120, exclusief btw, verschuldigd aan [appellant] , vermeerderd met de wettelijke rente, telkens vanaf de vervaldatum van de factuur als gevorderd (rov. 4.8 en 4.12);
€ 40.007,28aan [appellant] verschuldigd is, vermeerderd met de wettelijke handelsrente zoals gevorderd (rov. 4.19). Het hof heeft [appellant] toegelaten tot bewijs van haar stelling dat in afwijking van het bepaalde in artikel 13 van Pro de huurovereenkomst van partijen [appellant] en [geïntimeerde] (mondeling) zijn overeengekomen dat de toegang en/of de sleutel van het verhuurde opstelpunt [plaatsnaam] alleen aan [geïntimeerde] zou worden verleend c.q. verstrekt onder begeleiding van [appellant] (rov. 4.19 );
€ 29.232,50verschuldigd, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2012 wegens het verlies van reclameseconden (rov. 4.24).
“voor wat betreft de prijs zouden hebben aangesloten bij de maandelijkse vergoeding ad € 2.000”.Het hof oordeelt dat ook dit betoog – voor zover het hof dit al uit de voorgestelde grieven had moeten begrijpen – niet tot een andere beslissing (dan zijn eindbeslissing in het tussenarrest) leidt. Het betoog van [appellant] veronderstelt in dat geval immers dat de economische waarde van de vergunning ten opzichte van de koop in juli 2011 door [appellant] zou zijn gestegen van € 90.000 naar € 246.000 per juli 2012. Voor de juistheid van die veronderstelling heeft [appellant] echter onvoldoende aanknopingspunten aangedragen.Uit de hiervoor geciteerde brief volgt dat in elk geval niet en in de eveneens als productie 62 overgelegde koopovereenkomst tussen [geïntimeerde] en [betrokkene 1] van 3 april 2012 is de tekst achter de bepaling waarin de koopsom wordt vermeld weggelakt. De stelling van [appellant] dat in juli 2012 de maandelijkse huurinkomsten ad € 2.000 hebben geresulteerd in een economische waarde van € 246.000 wordt derhalve geenszins onderbouwd. Aan bewijslevering komt het hof, nu gelet op de in 2.3 genoemde maatstaf geen aanleiding bestaat om terug te komen op de eerder genomen eindbeslissing, niet toe.
3.De slotsom
€ 4.263,00(3 punten x tarief V ad € 1.421)
€ 3.948,00(1,5 punten x tarief V ad € 2.632)