Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM -LEEUWARDEN
1.de naamloze vennootschap N.V. Univé Zorg ,
AGC Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant was voorheen zorgverzekerd bij Univé en had na opzegging een openstaande schuld van €233,76. Univé verkreeg een verstekvonnis en probeerde dit te executeren via derdenbeslag op de arbeidsongeschiktheidsuitkering en later op de zorgtoeslag van appellant. Appellant vorderde in eerste aanleg opheffing van het beslag, restitutie van geïncasseerde bedragen en een verbod op verdere beslagen, maar de voorzieningenrechter wees deze vorderingen af en veroordeelde appellant tot betaling van proceskosten.
In hoger beroep stelde appellant dat het beslagverbod van artikel 45 Awir Pro van toepassing was en dat onjuiste beslagvrije voet was gehanteerd. Tevens vorderde hij aanvullende restituties en dwangsommen. Het hof beoordeelde ambtshalve de ontvankelijkheid van het hoger beroep aan de hand van de appelgrens van €1.750. De totale waarde van de vorderingen overschreed deze grens niet, ook niet met de vermeerderde eis tot restitutie.
Het hof oordeelde dat de proceskosten niet meetellen voor de appelgrens en dat schending van fundamentele rechtsbeginselen geen grond vormt voor doorbreking van de appelgrens. Daarom werd appellant niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep en veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens het niet overschrijden van de appelgrens van €1.750.