Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
5.Slotsom
€ 462,00
€ 300,00
€ 308,00
€ 894,00(1 punt x tarief II ad 894,00)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil over de uitleg en nakoming van een beëindigingsovereenkomst tussen een werknemer en zijn werkgever, een besloten vennootschap. De werknemer had een beëindigingsvergoeding ontvangen die volgens de werkgever was gebaseerd op een onjuiste startdatum van het dienstverband, waardoor een te hoog bedrag was betaald. De werkgever bracht het vermeende teveel betaalde bedrag in mindering.
De werknemer vorderde nakoming van de volledige overeengekomen vergoeding en stelde dat de overeenkomst finale kwijting bevatte en een volledige weergave was van afspraken. Het hof overwoog dat de overeenkomst een vaststellingsovereenkomst is in de zin van artikel 7:900 BW Pro, waarbij de tekst en omstandigheden, waaronder juridische bijstand en onderhandelingen, leiden tot de conclusie dat het overeengekomen bedrag moet worden uitgekeerd.
Het hof oordeelde dat de werkgever onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat partijen een andere bedoeling hadden dan de tekst van de overeenkomst weergeeft. De werknemer mocht erop vertrouwen dat het overeengekomen bedrag volledig zou worden betaald. De grief van de werknemer slaagde, het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en de werkgever werd veroordeeld tot betaling van het verschilbedrag met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van €11.621,26 vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.